arcoenanne.reismee.nl

India deel 7 munnar - puducherry

21 februari

We hebben zelf al wat dingen voor het ontbijt geregeld zodat we niet hoeven te wachten tot we kunnen ontbijten omdat we inmiddels weten dat vroeg ontbijten in het hotel nooit gaat lukken; 7 uur betekent in de praktijk 8 uur en 8 uur komt neer op 9 uur.

Zodoende zitten we voor 8 uur op de fiets en rijden Munnar uit. Via dezelfde weg waar ze overal bezig zijn en waar we wisselend over strak asfalt maar meestal stoffige stenen rijden, klimmen we het dal uit. Op verschillend plekken zien we mannen tientallen meters boven ons met drilboren de rotsen te lijf gaan, als we langsfietsen roepen en zwaaien ze. Er moet hier nog miljoenen kubieke meters graniet losgewrikt worden voor de weg er vloeiend doorheen getrokken kan worden, met dit tempo lijkt het ons nog minstens 20000 jaar te duren voor de weg klaar zal zijn. Waar het op de heenweg nog behoorlijk bewolkt was, is er nu geen wolkje te bekennen dus we kunnen nog eenmaal volop genieten van de bergen. De eerste 40 kilometer is veel op en neer, maar onze benen voelen ijzersterk en we zijn niet te houden. Gisteren hebben onze benen het niet zwaar gehad en we hebben goed en veel gegeten: we barsten van de energie.

Na 40 km staan we op de pas op de grens van Kerala en Tamil Nandu met voor ons iets waar de vakantiefietser maar een paar keer per vakantie likkebaardend over uitkijkt: ver in de diepte zien we ons doel liggen. Glad asfalt is in ontelbare haarspeldbochten tegen de steile beboste hellingen aangeplakt. Ken je dat: het gevoel dat iets zo erg genieten wordt, dat je er bijna niet aan kan beginnen omdat er dan ook een einde aan gaat komen? De eerste paar honderd meter staan we dan ook meer naast onze fiets om te genieten en foto’s en filmpjes te maken dan dat we ons er volop in durven te storten. Maar dan gaat het los: ruim 20 kilometer zonder te trappen, ruim 1000 meter naar beneden. We zoeven door de bochten, heerlijk.

Eenmaal beneden, naar boven kijkend, kunnen we met moeite de gevouwen boven aan de pas nog onderscheiden, we werpen nog één blik op de machtige bergen en gaan door. Inmiddels ruim 60 kilometer achter de rug maar het voelt alsof we net uit bed stappen. We beuken door, nu vrijwel vlak, het is hier weer 35 graden en de wind hebben we tegen. Tussen palmplantages, met af en toe dorpen afgewisseld met uitlopers en de laatste grillen van de Western Ghats.

40 kilometer verder gaan we eten bij een restaurant waar we al tientallen reclameborden van hebben gezien, dat moet toch wel fantastisch zijn. Vol verwachting schuiven we aan en bestellen een soep en een meal. En inderdaad zo’n fantastische meal hebben we nog niet eerder op; een grote ronde aluminium schaal met daarop een bananenblad met daarop in het midden een bak met rijst met daaromheen 10 bakjes met side dishes. Het is hier de gewoonte om alle bakjes om jezelf heen te stallen, de rijst op het dienblad te mikken en dan met je handen de verschillende side dishes door de rijst te mengen en met de rechterhand naar binnen te werken. Nadat op deze manier de maaltijd naar binnen is gewerkt, ziet de tafel er dan uit als een slagveld, overal bakjes, geknoeide rijst en gemorste inhoud van de kleine bakjes. Soms doen we mee met de lokale gebruiken, maar nu ff niet, tot ongenoegen van de waitress. Ik wil de eerste hap met mijn lepel naar binnen schuiven en ik hoor naast me “excuse me sir, you put rice on plate and mix sidedish”. Nou vooruit dan maar, ik gooi de rijst op het bananenblad en mix er wat van de heerlijke substanties doorheen. Na twee happen hoor ik haar weer aankomen “excuse me sir, need extra plate?” Met volle mond reageer ik ontkennend. Vervolgens wil ik net het schaaltje met kurrie en een gekookt ei aanvallen en daar is ze weer “excuse me sir, that is egg”. Ja dat zie ik ook wel. Tientallen keren valt ze ons nog lastig “excuse me sir, need more rice?” Nee mijn bord ligt nog vol. “Excuse me sir, that is tomato” o ja joh? “Excuse me sir, want juice?” Nee anders vraag ik er wel om. Volgens goed gebruikt is het na het verorberen van tweederde van de maaltijd “excuse me sir, you need something else?” Dat is altijd een instinker. Als je nu “nee” zegt, krijg je een minuut later de rekening in zo’n keurig mapje naast je neergelegd. Dus we weten inmiddels dat je op dit kritieke moment aan moet geven “Yes two coffee please”. Even druipt ze af om de koffie te gaan maken. Als we de laatste happen van het goddelijke maal naar binnen werken, komt de koffie, zodat we dus naadloos met de volgende fase kunnen beginnen. Nog eenmaal is het ineens onverwacht “excuse me sir, which country? De vraag die gesteld moét worden in ieder gesprek. Ik antwoord “Holland” waarop ze antwoord “ah Poland” en de rekening gaat halen. We tikken €3 af, inclusief €0,30 fooi en voldaan stappen we weer op de fiets.

Na dit maal en 100 kilometer voelen onze benen nog steeds als nieuw. Inmiddels is het 15:00, en we beuken verder, met de kop in de wind. 40 kilometer en twee uur verderop beginnen we toch wat tekenen van vermoeidheid te voelen. We stoppen om de bidons bij te vullen en een 7up te doen, waarna we nog 20 kilometer doorhengsten naar Madurai. Vlak voor donker rijden we de stad binnen, 160 kilometer in de benen, 979 meter geklommen en 2211 meter gedaald.

Nadat Anne 4 OYO’s binnen is gelopen om steeds te horen dat er geen plek is, is het bij de 5de raak. We hebben een slaapplek, met airco den douche. We kunnen het zout van ons af spoelen en koel slapen.


22 februari

Madurai is vooral bekend vanwege de Sri meenakshi tempel. Een gigantisch complex verspreid over twee bij twee blokken midden in de stad. Na het ontbijt gaan we daar dus heen. De straten rond de tempel zijn verkeersvrij, dus het is al een genot om uit het getoeter te zijn en het tempelgebied binnen te lopen.

We worden aangeschoten door een mannetje die natuurlijk ook vrienden in Holland heeft. Hij spreekt inderdaad wat woorden Nederlands, en hij vertelt dat hij kleermaker is. Naast de woorden kleermaker, kijken kijken en niet kopen (wat we hier voor het eerst in India horen) kan hij ons gedag zeggen “doei, houdoe”. Verder krijgen we de tip om in de straat naast de tempel een gebouw binnen te gaan waar we vanaf de rooftop mooie foto’s kunnen maken van de tempel. Dit gebouw blijkt toe te behoren aan het kleermakersgilde, je kan er inderdaad gratis naar boven, maar komt met geen mogelijkheid meer het gebouw uit zonder nieuwe kleren te laten maken.

We gaan naar de ingang van de tempel, leveren onze mobiel en slippers in en gaan naar binnen.

Het tempelcomplex is mega, een deel mogen we bezoeken, maar een deel is alleen voor hindoes. We zien prachtige versierde plafonds en wanden, hallen met ontelbare pilaren, er is een museum met vooral beelden. Maar het meest in het oog springend zijn de ingangen; vanaf alle vier de windrichtingen kan je onder een toren door naar binnen die kleurig versierd is met afbeeldingen van honderden goden.

Na de tempel gaan we naar het Gandhi museum. Hier leren we alles over de geschiedenis en met name de onafhankelijkheidsstrijd van India en de rol van Gandhi hierbij. Vanuit Indiaas oogpunt wordt alles uitgelegd en hierbij krijgen de Engelsen er nogal van langs. Net zoals de Nederlanders in Indonesië, hebben de Engelsen India behoorlijk leeggezogen en toen na WO II de landen echt onafhankelijk werden is dit gepaard gegaan met een hoop onderdrukken en bloedvergieten omdat de Engelsen net zoals de Nederlanders hun melkkoe natuurlijk niet uit handen wilden geven. Bijzonder hoe weinig we eigenlijk mee hebben gekregen in ons Nederlands onderwijs over deze kant van het verhaal. Alles wordt (of werd) bij ons toch net wat rooskleuriger verteld dan het verhaal vanuit de andere kant werd beleefd.


23 februari

Omdat onze route via Kodaikanal niet ging lukken op de fiets, hebben we vandaag een bustour geboekt naar dit plaatsje. Stipt om 7:15 staan we klaar om opgepikt te worden door een busje. En inderdaad, slechts 10 minuten te laat komt de chauffeur ons halen. We stappen in het busje wat voor ons hotel staat, maar de eerste vergissing van de dag is gemaakt, de bus die we moeten hebben staat een paar straten verder, dus we stappen weer uit. We lopen naar de goede bus en het duurt nog wel een kwartiertje voordat alle deelnemers overal vandaan verzameld zijn. We reizen vandaag met Indiase toeristen, een aantal families zitten met volgepropte tassen in het 20 persoonsbusje waar we met 25 mensen in zitten. De buschauffeur is al een paar keer half weggereden, maar telkens moeten er weer ergens deelnemers vandaan komen.

Uiteindelijk vertrekken we, we rijden twee straten en stoppen weer om te tanken. Er wordt een liter of 30 benzine getankt (waarschijnlijk net genoeg om heen en weer te kunnen rijden) en er wordt nog wat over en weer onderhandeld en we vertrekken. We lopen slechts 5 kwartier achter op schema.

De chauffeur, een nors kijkende met een rokerig brommende stem die klinkt alsof hij steeds boos is, pratende man - die eigenlijk best vriendelijk en grappig is - start de motor. Onder toeziend oog van Jezus, Maria, Vishna, Ganesh, en Shiva - wel ja waarom niet, hoe meer goden hoe groter de kans op een behouden terugkomst - in een kitcherig messing lijstje achter plexiglas, rijden we weg. Al toeterend, links en rechts inhalend, baant de chauffeur zich een weg door het verkeer. Onderweg hebben we een aantal stops, waarbij iedereen uit de bus gezet wordt en we even later weer verder gaan. De eerste stop is de ontbijtstop om een uur of 10. We bestellen een dosa en een soort van ronde poffertjes. Daarbij krijg je dan de gebruikelijke hartige sausen, maar we hebben altijd onze suiker bij ons, dus die strooien we erover, tot verbazing van één van de obers. Hij grist het suikerzakje uit onze handen, kijkt ernaar, gooit het leeg op zijn hand en zegt “ah, suiker”. Hij laat ons achter met een leeg suikerzakje om te overleggen met zijn collega. Even later komt hij naar ons toe en zegt “we also have sugar; 5 roepie per bag”, maar we hebben inmiddels onze poffers al op.....

De volgende stop is al een stuk de bergen in, bij een uitkijkpunt over het meer. Dan hebben we nog één viewpoint, twee watervallen en een museum voor de boeg. Bij het kleine natuurhistorisch museum wat door de broeders van het RK genootschap van het heilige hart opgezet is, kijken we onze ogen uit naar opgezette beesten en van alles en nog wat op sterk water. Het meest fascinerend zijn de reeks menselijke embryo’s van telkens een maand ouder. Hoe kwamen die broeders aan deze embryo’s vraag ik me dan af..... De heilige-hart-broeders hebben, naast de verschillende voorbeelden van de diversiteit van de natuur, een uitleg hangen van de evolutionaire tijdlijn, waar aan het eind van de tijdlijn vast hun verwachting “extinction all specimen induced by men” bijgeschreven staat. Die gasten hebben naast een goede neus voor de wetenschap ook een bijzonder heldere voorspellende blik.

De klok staat inmiddels op een uur of één en we gaan weer. De chauffeur komt in de bus rond om bij iedereen 20 roepies op te halen en er begint gemor te ontstaan bij de Indiase deelnemers. Uiteindelijk betaalt iedereen en gaan we verder, terwijl de chipszakken voor de volgende etappe opengerukt worden. De volgende stop is weer een uitzichtpunt, de tijd verstrijkt en mensen worden steeds onrustiger want er blijft steeds minder tijd over om in Kodaikanal rond te kijken.

De volgende stopplek is een winkel waar olie en chocola verkocht wordt en daar slaat de vlam in de pan. Een aantal deelnemers ziet hun bezoek aan Kodaikanal en de bijbehorende waterfietstocht over het meer in het gedrang komen en gaat in protest. Luid gillend wordt de chauffeur van oplichter en marketingman beschuldigd. Een morrende pubermeid (ja die zijn hier ook) die heel de rit al chagrijnig zit te appen en facebooken doet ook nog een duit in het zakje. Ze is er ingeluisd en is lekker gemaakt met horsebackriden rondom het meer maar nu blijft daar nauwelijks tijd voor over. Maar de chauffeur houdt voet bij stuk, we moeten de olie- en chocolademonstratie bijwonen alvorens verder te gaan.

Uiteindelijk arriveren we 14:30 bij het meer. De mensen kunnen waterfietsen (wat een vermogen blijkt te kosten) en de puber kan eindelijk haar rondje paardrijden (waar natuurlijk geen flikker aan blijkt te zijn, zo’n stinkend paardenbeest die 200 meter heen en weer loopt) en de buschauffeur kruipt in het plaatselijke tentje van zijn neef voor een gratis maaltijd. Wij lopen een rondje rond het meer, doe een happie en twee uur later is het al weer tijd om te vertrekken.

De gigantische tocht moeten we omgekeerd weer afleggen, maar ditmaal naar beneden en we hoeven niet bij elk uitzichtpunt te stoppen. Onderweg krijgt de chauffeur weer ruzie met een aantal deelnemers omdat hij wat bijsnabbelt door nog wat mensen en dozen met spullen mee te nemen. Er worden bewijsmaterialen verzameld in de vorm van foto’s van de extra passagiers en dozen, maar opnieuw houdt de chauffeur voet bij stuk. Ondanks dat, komen we slechts twee uur na de geplande terugkomsttijd van 19:00 aan en we gaan dus maar gelijk naar ons favoriete rooftoprestaurant om de dag af te sluiten met een goede maaltijd.


24 februari

We gaan weer fietsen, dus we zitten lekker vroeg aan het ontbijt. Over de tocht valt eigenlijk niet veel meer te vertellen dan dat het makkelijk fietsen was. Een rustige weg, ook omdat het zondag is. We slapen vannacht in een regio die bekend staat om de - ooit - mooie huizen. Tot WO II woonden er in deze regio veel handelaren die handelden met oa koloniaal Sri Lanka. De zaken gingen goed en ze lieten prachtige huizen voor zichzelf bouwen met materialen van over heel de wereld; teak uit Birma, marmer uit Italië, Indisch rozenhout en Engels staal. Toen na de oorlog hun handel ineen donderde, zijn de handelaren vertrokken en hun huizen vaak verpauperd. Pas aan het begin van deze eeuw is er weer interesse in de panden en zijn er al een aantal opgeknapt en bijvoorbeeld hotel geworden. Als je nog geld over hebt om te investeren, sla je slag. De komende jaren gaat hier goud geld verdiend worden.

We slapen dus in één zo’n pand, we hebben een prachtige kamer en voelen onszelf een beetje rijke mensen. Het diner wordt op ons riante balkon gereedgemaakt en het enige wat we hoeven te doen is gaan zitten en genieten.


25 februari

We hebben heerlijk geslapen en om 8 uur is alles weer gereed voor het ontbijt. Daarna pakken we in en moeten helaas al weer afscheid nemen om naar Trichy te fietsen. In plaats van de wind vol tegen, komt hij vandaag van opzij en schieten we lekker op. Na een paar eet-tussenstops en een bezoek aan een museum onderweg, hebben we de 100 kilometer van vandaag als vanzelf gereden.

Onderweg hebben we nog bij een bezige baas een ijsje gegeten. Toen we zaten, kwam hij er gezellig bijzitten en duwde ons zijn visitekaartje in handen: tv-reparateur en chauffeur, mooie combi. Hij wilde ons graag naar allerlei plaatsen brengen, maar alle plaatsen die hij opnoemde hebben we inmiddels al bezocht. We hebben beloofd dat we em bellen als we een taxi nodig hebben. We kregen nog te horen dat hij erg trots op ons is dat we helemaal uit karaikkudi zijn komen fietsen en met dit compliment in ons zak zijn we vertrokken.

In Trichy zullen we twee nachten blijven omdat we hier twee grote tempels willen bezoeken, daarover morgen als het goed is meer. Trichy is levendig, zoals de meeste steden tot nu toe. Bizar hoeveel mensen er tegelijk op straat kunnen zijn.


26 februari

Vanmorgen dus de eerste tempel bezocht, de sri ranganathaswamy tempel. Het hele complex is iets van 800 meter breed en een kilometer lang, rechthoekig. We komen vanaf de zuidkant binnen en de ingang is een kleurig versierde spits oplopende toren/poort van meer dan 70 meter hoog. Dan kom je dus in de buitenste schil. Een stukje verderop moet je opnieuw een poort door en kom je in de tweede schil. Zo gaan we vijf poorten door en komen dus steeds verder bij het heiligste deel in het midden (de zesde poort mogen we als niet-hindoe niet in).

Vergeleken met buiten, is het koel en is er veel schaduw, dus het is hier goed toeven. Overal waar we kijken zijn super gedetailleerde beelden en pilaren en pelgrims. Het geheel doet een beetje denken aan de tempels die we hebben gezien in Cambodja (Ankor Wat bijvoorbeeld) alleen hier is de religie nog volop in leven, in Ankor waren er alleen de ruïnes van een ooit actieve beschaving te zien. Als we net buiten staan, zien we ineens een heel mooi hagedisje, fel rode staart, klein mooi beest. We staan te kijken en er komt een man op krukken met een glimlach waarin drie tanden ontbreken mee kijken. “Ahhh”, en pats, hij plant zijn kruk op het beestje, een laatste stuiptrekking en dood istie. We kijken de man verbaasd aan, misschien is het je opa wel!

Na de tempel vluchten we de airco en stilte van onze hotelkamer in om ff bij te komen.

‘s Middags staat de rock fort temple op het programma. Zoals de naam al doet vermoeden, is deze tempel op een granieten pukkel gebouwd die hier ineens uit het landschap omhoog steekt, 272 voet hoog. We lopen de trappen op, zo veel mogelijk in de schaduw, omdat we anders onze blote voeten verbranden op de gloeiend hete stenen ondergrond. Boven hebben we een mooi uitzicht over Trichy, onder ons.

We zijn er inmiddels aan gewend, maar als je erover nadenk is het weer bizar wat we hier zien aan armoede; mensen die letterlijk in de goot leven, en daar ook nog proberen iets te verkopen of te maken. Op sommige plekken loopt Trichy ook vol met zijn eigen vuil. Er is hier een soort open riool, wat uitkomt in een soort van gracht; een stinkende, bruine, borrelende smurrie, bedenkt met een laag plastic. Dit verspreid zich vervolgens naar de rivier, waar het in uitkomt. En 100 meter verderop staan mensen weer de was te doen en zichzelf te wassen in de rivier, waar in deze tijd van het jaar nauwelijks nog water doorheen stroomt.


27 februari

We verlaten Trichy. De route loopt vandaag over binnendoorweggetjes, rustig, weinig getoeter. We rijden echt over het platteland tussen de rijst en graanvelden en stenenmakerijen. Grotendeels langs de rivier waar dus nauwelijks water in staat. Voor 12 uur zijn we in thanjavure, waar we ook zullen slapen.

Eerst eten we ff een happie en wachten in de airco tot het wat kouder wordt. Vervolgens fietsen we naar het paleis, volgens de reisgids een van de hoogtepunten. Inderdaad, een wonderlijke mengeling van ooit heel mooie, maar nu vervallen gebouwen en opgeknapte delen. Een doolhof met daarin verschillende “musea” met een samenraapsel van objecten: van muntjes uit Denemarken, tot oude poppen, wapens, beelden, een bibliotheek met mooie eeuwenoude boeken en geschriften die op palmbladeren zijn geschreven. Tussen de vergane stukken staat dan ineens een fancy bioscoop waar we een film te zien krijgen over de hoogtepunten van de omgeving en de tamil-beschaving.

Als we het paleis uitlopen zien we nog net een aantal jochies trekken en rukken aan onze fietsen, we roepen en rennen er opaf, maar ze ontsnappen, met onze kilometertellers, rotjong!

Vervolgens zijn we maar weer eens een tempel gaan bezoeken, een indrukwekkend gebouw, gedetailleerd versierd en in het licht van de ondergaande zon heel mooi om te zien. Tot mijn schaamte heb ik bij aankomst bij de tempel mijn frustratie over die rotjong die onze teller gejat hadden, uitgeleefd op de man van de fietsenstalling. Ik was nog zo opgefokt dat ik de beste man uitgescholden heb, enkel en alleen omdat we de fietsen perse naast elkaar moesten zetten en we voor de tiende keer vandaag voor iets onbenulligs moesten betalen, en dus voor de tiende keer weer een nutteloos bonnetje moesten tekenen en bewaren. Sorry man.


28 februari

Gisteren beviel de binnendoorroute wel, dus dat gaan we nogmaals doen. De start was wat moeizaam, door de straatarme buitenwijken van thanjavure. Huisjes met de oppervlakte van een gemiddelde badkamer in Nederland. Juist in de arme wijken, maken de mensen een vrolijke indruk, ze lachen en zwaaien en regelmatig krijgen we “welkom in India” naar ons geroepen.

We rijden weer door rijstvelden, graanvelden, tussen de koeien en steenfabriekjes, echt het platte land.

Na ruim 100 kilometer komen we aan de oostkust. Onderweg gaat de verkoelende wind steeds harder waaien, lekker maar een beetje jammer dat tie tegen is. Thanjavure is in 2004 erg getroffen door de tsunami, en bij een bezoek aan het strand zagen we ook een herdenkingsmonument voor de slachtoffers.


1 maart

Onderweg naar chidambaram fietsen we vandaag noordwaarts. Onderweg hebben we een tussenstop in een plaats waar de Denen hebben gezeten en waar die jongens ooit wat kerkjes en koloniale huizen hebben gebouwd. In een half uurtje is alles wel gezien en gaan we door. Lekker op het gemakkie, want vandaag is maar 65km.

Lekker op tijd zijn we bij onze homestay, waar een vrouwtje (gepensioneerde professor in de zoölogie) de oren van ons hoofd lult met verhalen over haar familie. Nadat de kinderen uit huis zijn gegaan is ze de homestay begonnen, volgens mij meer om dan mensen om zich heen te hebben dan voor het geld. Het huis is een beetje vergane glorie en we hebben onszelf weer eens ouderwets in de teil moeten wassen. De eigenaars zijn trotse Tamils, en heel onze kamers hangt vol met grote plakkaten tamil-gedichten (of wijze spreuken, of huisregels, of verlanglijstjes, voor ons is het allemaal niet leesbaar dus ze kunnen ons alles wijsmaken.

Het begint inmiddels gewoonte te worden, maar we bezoeken natuurlijk weer de plaatselijke tempel (straks worden we nog aanhanger van het hindoeïsme). Er gebeurt altijd van alles daarbinnen, overal zijn altaartjes en vaak is er ook muziek. Mensen proberen op de gekste manieren de goden gunstig te stemmen. Sommigen liggen op hun gezicht voor een beeld, iemand anders pakt met zijn rechterhand zijn linker oor vast en met zijn linker hand zijn rechter oor en maakt vervolgens 10 kniebuigingen, weer iemand anders loopt rondjes over een op de grond getekende cirkel. Allemaal zonder al te veel succes vrees ik, maar het is wel fascinerend om te zien, het lijkt wel of iedereen zomaar wat doet.

Bij thuiskomst is de heer des huizes teleurgesteld dat we al gegeten hebben, maar wij zijn eigenlijk blij, anders hadden we minstens de komende twee uur aan tafel gezeten, zoveel lullen hij en zijn vrouw. Als troost heb ik beloofd morgen bij ze te ontbijten.


2 maart

Tot een uur of drie zijn we wakker gehouden door wat mannen die het nodig vonden om voor onze deur aan hun bus te gaan sleutelen en daarbij ook nog eens muziek te draaien. Om drie uur waren we het zat en heb ik ze de schrik van hun leven bezorgd door als blanke in mijn onderbroek vanaf het balkon te vragen om ze iets stiller konden doen. Vijf minuten later waren ze ineens klaar en smorgens was de bus weg, dus waarschijnlijk was de reparatie sowieso net klaar toe we het echt zat waren. Voordat we aan het ontbijt gaan bij ons gastkoppel, schuiven we nog eerst een groot stuk koude watermeloen naar binnen.

Daarna dus op visite bij onze pleegouders beneden, of misschien meer een opa en oma. Heel hulpvaardige mensen, ze zijn sinds 3 maanden de homestay begonnen en het is nog even wennen. Ze zijn zo hulpvaardig dat het op het irritante af is (wij zoeken het zelf allemaal wel uit....) maar goed bedoeld denken we dan maar. Inmiddels hebben we voor de tigste maal via booking.com gereserveerd dus we krijgen standaard 10% korting. Blijkbaar geeft booking.com dan aan de slaapplek door dat ze 10% korting moeten geven. Opa en oma waren al op de hoogte gesteld dat er VIP’s zouden komen (wij dus...)

Nadat we volgestouwd zijn met idli en dosa, een goede bodem om te fietsen, vertrekken we. Na de gebruikelijke fotosessie krijgen we nog als dringend advies mee “niet naast elkaar, maar achter elkaar te fietsen, niet alle mensen in India rijden even netjes”, goh, je meent het. Vandaag hebben we een deel op een soort provinciale weg gefietst, dat zijn de gevaarlijkste. Twee (eigenlijk anderhalve) baan heen en twee (anderhalf) terug. Voor de veiligheid om de snelheid er wat uit te halen, staan er om de 500 meter roadblocks op de buitenste banen, zodat het verkeer dan moet slalommen over de ene smalle baan die overblijft. Zodoende komen de tegenliggers sowieso over over het midden, op onze rijbaan, maar meestal vinden ze het ook nodig om precies op dat moment ook nog in te halen, liefst volgas en keihard toeterend. De bussen zijn het ergst, als er een bus op je afkomt, kan je gerust uit de weg gaan, ook al hebben ze geen voorrang en rijden ze op onze weghelft, ze rijden al toeterend door. We moeten hier echt een knop omzetten om ons niet druk te maken over onnodig getoeter, als je je (bijvoorbeeld door de warmte of vermoeidheid) gaat ergeren, wordt je helemaal gek en kan je beter even pauze nemen.

Heelhuids zijn we in pondicherry gekomen, weer volop toeristisch, zelf westerlingen. We kunnen hier dus weer aan de pasta en zelfs een biertje is geen probleem

Reacties

Reacties

Jeanne

Wederom weer genoten van jullie reisverhaal......geweldig om te lezen....je denkt bijna dat je er zelf bij bent hahahaha, Veel reisplezier nog !

Anneke mams

Wat heb ik weer genoten van jullie verhaal, je ziet het gewoon voor je. Het verhaal over de bus , de tempels, jullie pleeg opa en oma, echt heel erg leuk. Nog maar twee weekjes, wat gaat het hard hè . Geniet er maar van, wij genieten van jullie verhalen.
Liefs

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!