arcoenanne.reismee.nl

Terug naar Albanië voor tien dagen

Januari 2023

Op het moment dat ik dit schrijf zitten we lekker in de zon op de luchthaven in Tirana, te wachten tot we kunnen inchecken. We hebben zojuist onze huurauto ingeleverd, vooralsnog zonder schade, maar ik ben er pas helemaal gerust op als de reservering op m’n creditcard ongedaan gemaakt is. Ik blijf toch een beetje wantrouwig, ondanks dat ik daar geen enkele reden voor heb. We hebben opnieuw een heerlijke tijd gehad in dit fantastische land met z’n schitterende natuur en kleurrijke mensen.

Maar laat ik bij het begin beginnen. 9 dagen geleden landden we op Tirana airport en haalden we onze Hyundai Venue op, waar we de afgelopen anderhalve week goede maatjes mee zijn geworden. De 20 kilometer naar ons eerste hotelletje midden in de stad gingen soepel; het ontwijken van gaten in de weg en het creatief omgaan met de rijbanen is op de fiets niet veel anders dan met de auto. De parkeerregelaar van het hotel haalt de bordjes op de stoep weg, zodat we pal voor de deur kunnen parkeren. Een uiterst vriendelijk meisje aan de balie schrijft ons in en we kunnen onze kamer op.

Daarna even een rondje door de stad gestiefeld, een happie gegeten en de sfeer van de stad opgezogen. De volgende dag doen we een uitgebreid ontbijt, samen met wat expats, wat reuzen van donkere mannen in rood trainingspak (later ontdekten we dat het voetballers van de Partizanen van Tirana zijn) die hun borden volladen met worstjes om hun grote lijven aan de praat te houden en een jongedame die verdiept in haar laptop een jus d’orange aan het nippen is.

We stappen de auto in voor de tocht naar Korçë. Het is een druilerige dag, maar dat maakt de route niet minder mooi, richting het meer van Ohrid. Onderweg een mooie pas, mooie dalen waar de rivier doorheen stroomt en besneeuwde bergen op de achtergrond. Onderweg stoppen we voor een bak koffie in een sjofel restaurantje. Het staat binnen blauw van de rook, veroorzaakt door een stuk of 4 paffende mannen. We bestellen een koffie en genieten tijdens de straffe bak van het fluitconcert van een vrolijke kanarie in een veel te kleine vogelkooi.

In Korçë verblijven we twee nachten, en dus één hele dag, die we gebruiken om de bergen in te rijden naar Dardhë, een stil bergdorpje hoog in de bergen. De route over de besneeuwde pas is prachtig en we lopen een wandeling van een uurtje of 5. Klauteren door de sneeuw, met onderweg een klein dorpje met modderige straatjes waar het enige teken van leven een geitenhoeder met een kudde geiten is. Er zijn geen toeristen en in de twee hotelletjes in Korçë, waar we slapen, zijn we de enige gasten. Regelmatig vragen we onszelf af hoe het mogelijk is om de boel draaiende te houden als er nauwelijks gasten zijn, maar dat zal in de zomer hopelijk goedgemaakt worden.

Vanaf Korçë rijden we naar Përmet. Opnieuw een prachtige route die we afgelopen zomer ook gefietst hebben. We krijgen steeds meer bewondering voor onszelf; met de auto doen we een uur of 4 over de route die we in 1 dag gefietst hebben, geen meter vlak, de ene na de andere klim en daling, over een weg vol met gaten. De adembenemende uitzichten zullen ons blijkbaar genoeg energie hebben gegeven voor de 1400 hoogtemeters omhoog en 800 naar beneden over een afstand van 98 kilometer tussen Ersekë en Përmet met volle bepakking.

Bij aankomst in Përmet zoeken we ons slaapverblijf, Villa Përmet, best hotel in town. Een super mooi, kasteel achting gebouw. We hebben een grote kamer met een eikenhouten vloer, prachtige badkamer en ramen met uitzicht over de machtige bergen. Als we onze kamer binnengelaten worden, gaat de airco op 31. Hier geen energiecrisis, overal waar we binnenkomen staat de kachel / airco te loeien. Standaard temperatuur is 28 graden, als je dat te warm vindt, zet je maar een raam open. Daarna gaan we naar de thermen vlak in de buurt. Afgelopen zomer hebben we daar verkoeling gezocht in het water van 28 graden, nu komen we om onszelf te badderen in het behaaglijk warme water. Stoom komt van het naar zwavelverbindingen ruikende water, waar we onze verzuurde kuiten (van de wandeling van gisteren) verwennen terwijl we genieten van het uitzicht over de majestueuze besneeuwde bergen om ons heen. Vanavond laten we em opnieuw flink waaien in het chiqueste restaurant in het dorp waar we genieten van de locale cuisine, zoals gewoonlijk als enige gasten.

Na Përmet staat Berat op het programma, waar we heenrijden met Vlora als tussenstop. In Vlora stoppen we bij een bakkertje voor een lunch. Zodra de bakker zijn hielen licht, wordt zijn toko overgenomen door de mussen die intrek hebben genomen in zijn zaakje en zich tegoed doen aan het verse brood (en de broden waarschijnlijk onderschijten).

Over de ongeveer 250 kilometer rijden we de hele dag, de 100 kilometer per uur gemiddeld ga je hier niet halen. De wegen zijn in goede staat, maar door de bergen is het een heel gekronkel en de op zeldzame stukjes snelweg is 90 meestal de maximumsnelheid. Er zijn hier weinig mensen die een auto bezitten, wat met een minimumloon van €350 en een benzineprijs van €1.50 ook wel begrijpelijk is. De aanschaf van een - al dan niet in Nederland gestolen - Mercedes D190 uit 1982 zal misschien het probleem niet zijn, maar het rijden in een dampende diesel met dieselprijzen die hoger zijn dan de benzineprijzen zal hier een business zijn die voor de gemiddelde loonslaaf onbetaalbaar is. Naast oude Mercedessen rijden hier enkele nieuwe dure pooier-BMW’s, gammele vrachtwagentjes (die zwaarbeladen zijn met vanalles en nog wat) en karren met een paard of ezel ervoor die bestierd wordt door een mannetje die als een ware gladiator al staand op z’n kar zijn beest in bedwang probeert te houden.

Berat, de stad van de 1000 vensters, is een prachtige oude Moorse stad. We slapen in Berat castle in de oude burcht bovenop de heuvel. Een vriendelijk oud mannetje wijst ons onze kamer. We verstaan elkaar niet, maar we proberen duidelijk te maken dat we onder de indruk zijn van de kasteelkamer met opnieuw een prachtige houten vloer, houtsnijwerken plafond en airco die op 28 graden staat. We klappen de luiken open om het uitzicht over de vallei te bewonderen, en gaan lekker eten. Na een goede maaltijd en slaap, krijgen we een prinselijk ontbijt voorgeschoteld door onze butler/ober, die ons de meest lekkere locale producten voorschotelt; onder andere verse sap, kaas en worst uit de regio, versgebakken brood en de alomtegenwoordige koffie van versgemalen bonen.

Daarna stappen we in onze auto en verkennen een naburige canyon en gaan vervolgens naar Shkodër, een stad in het noorden van Albanië, uitvalsbasis voor de vervloekte bergen. De dag erna gaan we de woeste bergen in, over ik denk de mooiste route die we in Albanië afgelegd hebben. Passen met haarspeldbochten, diepe afgronden, besneeuwde bergen en fantastische uitzichten. Als we bovenaan een pas staan zouden we willen dat we op onze fietsen waren, als we aan het begin van een klim staan, zijn we blij dat we met de auto zijn.

We maken nog een flinke wandeling in een uitgestorven bergdorp, waar in de zomer meer levendigheid zal zijn, zoals aan alle gesloten guesthouses en restaurantjes af te leiden valt. Op een gegeven moment zien we een guesthouse waar een vrouwtje op het erf loopt, dus we wagen de gok. We lopen de tuin in en vragen of ze koffie heeft. Ze kijkt verbaasd, lacht vriendelijk en zegt “café?!, no, bye, bye”. Helaas….

Na een nacht in een klein bergdorpje rijden we weer richting Tirana, tussen de vertrouwde Mercedessen, vrachtwagentjes en gladiatoren. Langs de kant van de weg wordt er vanalles te koop aangeboden; natuurlijk locale producten (het is sinaasappel en mandarijnentijd, dus overal kraampjes met deze vrolijke oranje vruchten), en (deze hadden we nog niet eerder gezien) jonge puppies en konijntjes. Mannetjes staan, met in de ene hand een konijn en in de andere een puppie in het nekvel gegrepen, te zwaaien met deze pluizige beestjes en te hopen op een gevalletje impulsaankoop. We weten de verleiding te weerstaan en komen zonder huisdier aan in Tirana, waar we hetzelfde hotelletje hebben geboekt. We worden met een warme glimlach begroet door de vriendelijke verkeersregelaar en het lieve meisje bij de balie “Hi, your name is arco, isn’t it?” Dit voelt echt als thuiskomen.

We doen een bak in een koffietentje aan de overkant van de straat waar we een doorsnee gesprek voeren met een willekeurige bezoeker. “Hello, where are you from?” “Holland” “Do you smoke weed” “Not everyday” “what’s your profession?” “I work in a hospital” “are you a nurse?” “Something like that” (hoe ga ik iemand in godsnaam uitleggen wat een laborant klinische neurofysiologie voor werk doet)

Aan het ontbijt de dag erna zitten nog steeds dezelfde expats, dezelfde reuzen van donkere voetballers van de Tirana-partizanen en dezelfde dikbillige jonge dame met laptop, de cirkel is rond, de 10 dagen in dit heerlijke land zitten er op.


Reacties

Reacties

Piet

Genoten van jullie inspirerend verhaal over de vakantie.
Mooie foto s , toch maar eens zelf gaan kijken misschien.
Blijkbaar weinig wintersport, warme baden heeft ook wat

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!