arcoenanne.reismee.nl

India deel 8 puducherry - havelock - chennai

3 maart

Het hotel viel een beetje tegen, maar gelukkig hadden we snel alle muggen doodgeslagen, dus hebben heerlijk geslapen. Eerst lekker door de stad gebanjerd. Het oude centrum is Frans- koloniaal, dat is goed te zien aan de talloze prachtige oude pandjes die hier staan, overal wordt verbouwd en opgeknapt aan de nu al mooie binnenstad.

We bezoeken het museum doen wat inkopen, drinken een goede bak koffie voor de prijs waar we normaalgesproken twee maaltijden voor hebben en vertrekken naar een ander hotel. Daar hebben we een heerlijk zwembadje waar we dan ook de middag verder doorbrengen met koekenbakken.


4 maart

Vanmorgen gaan we een kookworkshop doen. Eerst werken we twee ontbijten naar binnen met uitzicht op de zee. Hier komt de zon op uit in plaats van dat hij ondergaat in de zee, we zitten aan de oostkust.

Stipt tien uur zijn we op de plek waar we gaan koken. We worden welkom geheten door een superaardig vrouwtje waarvan ik de naam ben vergeten. Zij gaat ons Indiaas leren koken en we hebben geluk want vandaag zijn wij de enige twee deelnemers. Met de tuktuk gaan we eerst naar de markt inkopen doen. Overal krijgen we uitleg en overal moeten we foto’s maken van alle kraampjes, marktkooplui en koopwaar, dus dat doen we braaf.

Met onze buit gaan we naar de keuken, waar we vier gerechten gaan maken: sambar (een soort linzencurriesaus) die je hier overal bij krijgt, een wittekool gerecht, paneerbuttermasala (de saus van butterchicken, maar dan met hele jonge kaas ipv kip erin, en carrothalwa (een toetje met peen). Het gaat allemaal best snel, de kruiden vliegen ons om de oren maar het resultaat is de zaligste buttermasalasaus die we ooit ophebben, hopelijk kunnen we die in Nederland nogmaals reproduceren. Het leuke van een kookworkshop is, dat je ook veel tijd hebt om met een local te kletsen die goed Engels spreekt. Zonder problemen komen we alles te weten over gewoonten en bijzonderheden van haar leven in India.

Na het verorberen van ons zelfgemaakte feestmaal gaan we een heerlijke bak koffie doen en weer richting ons zwembadje


5 maart

Weer een relaxte dag voor de boeg met als eerste op het programma Auroville. Dit is een soort gemeenschap van idealisten die een geldvrije, religievrije woonplek willen creëren waar iedereen samenwerkt en in vrede met elkaar samenleeft. Er wonen 2400 mensen uit landen van over de hele wereld. Een van de speerpunten is goed onderwijs voor iedereen en je hele leven blijven ontwikkelen en leren. Ze zetten ook allerlei projecten in de omgeving op mbt onderwijs, duurzame energie, afvalverwerking, verantwoorde landbouw enz zodat de mensen uit de omgeving er ook bij gebaat zijn. Het letterlijke centum van de gemeenschap is een supergrote banyanboom met daar omheen mooie tuinen en een soort van gebouw wat dient om tot rust te kunnen komen. Leuk om eens op googlemaps te kijken naar de plattegrond van de gemeenschap en dan met name het centrale gebouw. Wel indrukwekkend wat ze uit de grond gestampt hebben.

Vervolgens weer ff lekker aan ons zwembadje en naar de stad voor een pizzaatje.


6 maart

Met de wind in de rug de ruim 90 kilometer naar mahabalipuram gewaaid. Een erg relaxed kustplaatsje waar we allereerst de tempels en afbeeldingen bezocht hebben die uit de granieten rotsen zijn gehouwen. Die dingen zijn zo’n beetje 1400 jaar oud, maar omdat graniet zo hard is, nog zo goed als nieuw. Bizar om te zien wat een werk ze gehad moeten hebben om al die ruimten en afbeeldingen uit het keiharde graniet te beitelen.

Dit dorp is nog steeds het dorp van de steenhouwers. Als ik wat meer lef en handelsgeest had gehad, zou ik een container met al de prachtige beelden naar Nederland laten gaan. We werden aangesproken door een jongen die beeldjes en sieraden maakt van steen, we kochten wat kleine dingen en vervolgens heeft hij ons zijn winkeltje laten zien en verteld over het bewerken van de steen. Hij heeft vijf jaar opleiding gevolgd om steenbewerker te worden en hij had inderdaad fantastisch mooie dingen staan.

Het is hier heerlijk rustig vergeleken met de stad, nauwelijks getoeter en herrie, dus misschien plakken we er nog wel een daagje achteraan hier, maar eerst maar eens een maaltje prawns naar binnen werken.


7 maart

We blijven toch nog maar een dag alvorens naar Chennai te gaan. Na het ontbijt verkassen we naar een heerlijk hotelletje met een lekker zwembad waar we in de schaduw een beetje kunnen lezen, luieren en dus zwemmen. Ik denk dat we vandaag ongeveer zes uur liggend op onze strandbedden door hebben gebracht, afgewisseld door een slentergang naar het restaurant aan de andere kant van het zwembad.


8 maart

Soort van de laatste bestemming van de vakantie, Chennai. Ongeveer 20 kilometer voor het hotel begint het zo druk te worden dat onze fietsbehendigheid weer op de proef gesteld wordt. Propvolle bussen rijden ons voorbij, mensen hangend uit de deuren, Chennai is druk. Gelukkig staat er een windje en is het qua temperatuur nog te harden. Onderweg komen we langs een bubbelplastic en sealfolieman, dus we slaan gelijk spullen in om de fiets in te kunnen pakken op de terugreis. Verder hebben we nog een tussenstop bij de decatlon en slaan daar nog wat sportshirts in voor in Nederland.

Bij aankomst in het hotel worden we aangenaam overvallen door de koele airco in de ontvangstruimte. We slapen in de islamitische wijk, dus de mannen hebben witte hoedjes op en de vrouwen hoofddoeken. Er hangt op zich wel een prettige gemoedelijke sfeer, iets wat we ook weleens anders meegemaakt hebben in islamitische wijken. De mensen zijn vriendelijk en de meals smaken ook hier prima.


9 maart

Annemarie moet nog wat werken dus ik ben erop uit gegaan. Eerst naar de kapper; een zaakje van 1,5 bij 2,5 meter met twee halfvergane stoelen en van die Indiase kappersdingen, zoals waterspuit die bestaat uit een colafles met daarop een verstuiver gedraaid (wel met water i.p.v. cola erin natuurlijk). Als ik aan de beurt ben, neem ik plaats in de stoel. Ik krijg de keuze tussen kort of medium, en kies voor de eerste optie. De stoel kan niet naar beneden dus de kapper moet alles uit de kast halen om er goed bij te kunnen, ondanks dat ik zo ver mogelijk onderuit ga zitten. Zwijgend doen we beiden ons ding en na afloop tik ik €1,50 af en vertrek.

De volgende stop is het fort. Één halte met de metro waar het heerlijk koel is. Maar des te groter is de klap buiten; de gruwelijke hitte bespringt me van alle kanten. Tot overmaat van ramp sta ik aan de verkeerde kant van het fort, de ingang is aan de andere kant, twee kilometer verderop. Inmiddels gutst het zweet alle kanten van mijn lijf, dus besluit het fort te laten voor wat het is en weer de airco van metro en hotelkamer in te vluchten, ik probeer het later wel op de fiets, dan heb je tenminste wat rijwind die afkoelt.

Na afkoelen op de hotelkamer hebben we de spullen gepakt en zijn we naar een hotel vlak naast het vliegveld verhuisd. Op de weg daarheen toch nog even bij het fort wezen kijken, maar dat was eigenlijk niet zo heel bijzonder. Deels zijn we langs de kust gefietst, een breed mooi zandstrand, maar de lucht van de rivier die er in zee uitkomt weerhield ons ervan te gaan zwemmen. Een stukje verderop kwamen we lans de viskraampjes, waar de vers gevangen vis verkocht wordt, de kleine vissersbootjes en netten lagen op het strand en ook stonden er een soort provisorische hutjes waar de vissers denk ik wonen. Meestal zien we het niet eens meer, maar het verschil tussen rijk en arm is hier gigantisch. De vissers hadden nog een soort van hutjes, maar er zijn ook zat mensen die op straat leven en echt letterlijk een hondenleven hebben. Ze liggen dan in een hoekje op straat en moeten het doen met wat hun toegeworpen wordt. Als je gevoelig bent voor menselijk leed, zijn sommige plekken in India geen goede bestemming. Het klinkt misschien hard, maar we zijn er inmiddels een beetje immuun voor geworden.

We zijn naar de omgeving van het vliegveld gegaan, zo kunnen we morgen makkelijk naar onze vlucht. Om 6 uur willen we daar zijn voor een vlucht naar Port Blair op de Andaman eilanden. Daarvandaan willen we verder naar een ander eiland, maar het schijnt dat boten erg snel volzitten, dus we hopen dat we ook echt daarheen kunnen waar we willen. We kunnen het grootste deel van de bagage in het hotel laten en de fietsen hebben we vandaag naar de fietsenmaker gebracht voor een checkup/schoonmaak beurt, dus als het goed is, kunnen we die over een dag of vijf weer helemaal fris ophalen.


10 maart

Wekker om vijf uur, maar we waren voor vijf uur al wakker (vast van de spanning, want vandaag gaan we voor ons gevoel op vakantie). We lopen de twee kilometer naar het vliegveld, waar onze tickets inderdaad geboekt bleken te zijn (van indigo hadden we een bevestiging gekregen, maar volgens e-dreams was de vlucht geannuleerd).

We vliegen dus naar port Blair, twee uur vliegen over de Bengaalse zee. De Andaman-eilanden horen bij India, maar liggen ongeveer 1500 kilometer van India vandaan, dichtstbijzijnde vaste land is Myanmar op ongeveer 600km. De check bij de luchthaven is bij aankomst versoepeld; tot voor kort hadden alle buitenlanders een speciaal permit nodig, maar dat is vervangen voor een lijstje met verboden (we mogen sommige delen van de Andaman eilanden niet betreden omdat hier nog stammen uit het stenen tijdperk wonen die beschermd worden (enige tijd geleden is er toch nog iemand zo eigenwijs geweest met een kano naar zo’n deel te varen en heeft dit door de ontvangst met pijl en boog niet na kunnen vertellen).

Als we de luchthaven aflopen worden we door verschillende taxichauffeurs besprongen. We weten eigenlijk niet precies waar we heen moeten, alleen dat we met de ferry naar Havelock willen en dat vandaag (zondag) de governmentferries niet varen. Maar onze chauffeur weet precies wat we willen. We stappen in zijn fantastische geel-zwarte Ambassador van 39 jaar oud. Ooit een chique wagen met leren hemelbekleding en pluche zittingen. Kermend komt de mobiel tot leven bij het omdraaien van de contactsleutel. Om het ijs te breken, begin ik een praatje met de chauffeur, die, zo blijkt, vijfendertig jaar geleden met zijn vrouw vanuit Chennai naar Port Blair is gekomen. Daar heeft hij een vier jaar oude, prachtige Ambassador gekocht en is taxichauffeur geworden. Wat kan het leven toch eenvoudig zijn als je zelf eenvoudig kan leven. De beste man brengt ons bij een schimmig kantoortje waar we kaartjes voor de priveferry kunnen kopen die wel vaart. Vervolgens breng hij ons bij de juiste haven. Hier zijn we met nog één blanke de enige westerse toeristen, tussen de locals. Voordat we aan boord gaan, werken we een een bak instant noedels naar binnen, die we door het getraliede loketje konden kopen bij de snack-corner ter plaatse. De bestelling doorgeven is, zoals bij alle loketten lastig omdat het gat waar je doorheen moet praten voor die lange lijven van ons altijd veel te laag zit.

We reizen derde klas, geen uitzicht naar buiten, kotszakjes paraat. Maar gelukkig kunnen we na 5 minuten varen het hok verlaten om op het dek plaats te nemen. Even later gaat de muziek aan en de sfeer komt er aardig in. Als na een poosje de mensen steeds meer in de vakantiemodus gaan, gaan de remmen los en wordt er volop gedanst en gezongen op het dek (ondanks het strikte alcoholverbod wagen de mensen zich dus snel aan een dans).

De omgeving wordt mooier en mooier, helder blauwe zee, witte stranden de dichte jungle. Na 2,5 uur varen, meren we aan op Havelock, waar we onze hotelkamer betrekken en nog even een rondje lopen om de omgeving te verkennen.

‘s Avonds raken we nog aan de praat met onze buurman, een jonge gozer die op huwelijksreis is. Na wat over en weer gepraat, vraagt hij of wij getrouwd zijn. Ja dus. Hoe lang dan? 15 jaar. Hoeveel kinderen hebben jullie? Geen. Huh: in India maken ze dan grappen over je, betekent dat je geen sex met elkaar hebt. Aha, zo zit dat dus;-)

‘s Avonds nog genieten van de miljoen sterren die hier te zien zijn, bijna net zo’n mooie sterrenhemel als we eerder in ons tentje in Chili en Argentinië hebben gezien, en lekker naar bed.


11 maart

Checkout is om 8:00am. Geintje zeker, maar nee, het is op heel het eiland zo. Omdat om 9 uur de boot komt en gaat. De nieuwe mensen zijn er om 9:30 en de vertrekkers gaan toch vroeg weg.

We pakken tuktuk naar het volgende dorp, waar we voor de komende drie nachten geserveerd hebben. Weer een heerlijk plekje waar we snel onze spullen neergooien, zwemkleren aan doen en naar het strand lopen. En wat voor een strand; deze komt beslist in de top 3 van mooiste stranden die we ooit gezien hebben, na de stranden bij Bastimentos in Panama op nummer 1 en voor de Perhentians in Maleisië op 3. Wit koraalzand, licht blauw/turkoois water en de groene palmen en jungle op de achtergrond.

We hebben heerlijk liggen luieren en een boek liggen lezen, vergezeld van een hond die bij ons op de handdoeken kwam liggen en ieder ander blaffend wegjoeg; locals, vogels of andere honden werden luid blaffend tegemoetgetreden en als de indringers verdwenen waren en we weer met z’n drieën overbleven, kwam het beest weer bij ons liggen.

Tussendoor zijn we nog even kaartjes voor de ferry wezen kopen voor de terugreis over drie dagen. We willen dan met de governmentferry, die een stuk goedkoper is. Daarvoor moeten we in de rij. In de rij staan werkt hier anders; je moet goed oppassen dat er niemand voordringt en, ook al is er ruimte, degene die achter je staat, gaat tegen je aan staan. Verder zijn er hier bij officiële dingen als het kopen van kaartjes, op het vliegveld en in de metro aparte rijen voor mannen en vrouwen. In Chennai en Bangalore, waar we de metro hebben gebruikt hebben, moesten we zelfs door detectiepoortjes, ik werd daarna gefouilleerd door een man, Annemarie moest in een soort pashokje om gefouilleerd te worden door een vrouw. Ook hebben we regelmatig een mall bezocht waar je ook altijd door een detectiepoortje moet. Deze gaat altijd piepen, maar je mag altijd toch doorlopen. Verder moet je dan de tas door de scanner gooien, maar degene die de beelden moet bekijken is meestal bezig op haar telefoon, of in ieder geval niet met het bekijken van de beelden.

Als we een de beurt zijn, en bijna op ons knieën door zo’n veel te laag gat in het glas van het loketje doorgeven wanneer we willen, typt de belangrijk uitziende beambte driftig onze paspoortgegevens in zijn computer en uiteindelijk braakt de printer onze tickets uit.


12 maart

Het s hier ‘s nachts heerlijk koel, een graadje of 24. We hebben de airco dus eigenlijk niet beslist nodig. Dat was in Chennai wel anders, daar doe je als verwende Nederlander geen oog dicht zonder airco. Heerlijk geslapen in ons kingsizebed en lekker vroeg wakker. De zon is hier tussen half zes en half zes in de lucht, dus om kwart over vijf begint het te schemeren.

Ik ga naar buiten om een boek te lezen en ook onze Indiase buurman is al buiten. Hij is samen met zijn vrouw en zoon op vakantie, vannacht hebben we overigens zijn zoon een paar keer horen kotsen, maar dat terzijde. Het gebruikelijke praatje over waar we vandaan komen en of the Netherlands nou hetzelfde als Holland is. Verder vragen de mensen ook steeds naar de koers roepie - euro. Op de een of andere manier is dat echt een ding hier. Volgens mij denken ze dat wij in Nederland 77 keer zo rijk zijn als in India omdat de koers 1 op 77 is. Telkens moeten we uitleggen dat we helemaal niet zo rijk zijn en dat alles in Nederland ook gewoon duur is. (Al overdrijven we wel een beetje naar beneden als de mensen vragen wat onze fietsen kosten en hoeveel ons salaris is, ja de mensen vragen gewoon ongegeneerd alles wat de mensen in Nederland wel zouden willen vragen, maar wat meestal niet gevraagd wordt).

Sowieso zijn de volwassenen hier vaak in onze ogen net grote kinderen; ze laten ongegeneerd boeren, spugen op straat, joelen en gillen als kleine kinderen als ze (in hun gewone kleren) in de zee aan het spelen zijn, kijken in je portemonnee als je aan het betalen bent, willen in onze handremmen knijpen, dringen voor in de rij, enzovoorts.

Na het ontbijt, waar de buurman opnieuw precies dezelfde vragen stelt, maar nu met vrouw en zoon als getuigen, huren we twee fietsen. Drie van de vier remmen doen het niet en één nauwelijks. Verder zit er gigantisch slag in het wiel en kunnen de zadels niet hoog genoeg, maar we kunnen fietsen. We rijden een kilometer of 8 de weg af langs prachtige stranden waar we dus een aantal stops inlassen om het kristalheldere, warme water in te duiken. Verder is het vooral luieren en een boek lezen. Tussen de middag werken we nog wat fruit naar binnen en daarna gaan we de andere kant het eiland over. Opnieuw een drukte van belang. Een strand ziet er heel anders uit dan in Nederland. De meeste mensen staan of lopen. Iedereen heeft al zijn kleren nog aan (een enkele man uitgezonderd die in ontbloot bovenlijf rondloopt). Er zijn maar weinig mensen in zee. En zoals ik eerder schreef; de volwassenen die in zee zijn joelen en gillen als kleine kinderen.

Een kwartier voor zonsondergang stappen we op de fiets. Het leek ons niet verstandig op deze fietsen, zonder licht, de 8 kilometer kronkelende, heuvelachtige, smalle weg te fietsen als iedereen met de auto na zonsondergang opstapt. Op de terugweg stop ik nog in het dorp bij de liquorshop. Het is dringen om bij de schimmige toonbank te komen en ook nog een tevergeefs, want ze blijken geen bier te hebben. Er is alleen vodka, Bacardi en andere sterke drank te krijgen.


13 maart

Tja wat moet ik ervan zeggen. Wat kan er nog beter zijn dan een leven op de Adamans? Na heerlijk geslapen te hebben, slenteren we naar ons ontbijt wat voor ons klaargemaakt wordt.

Daarna, om niet al te lui te worden doen we tweemaal onze 7 minuten workout om een beetje fit te blijven. Vervolgens is het twee minuten lopen naar het mooist denkbare strand, waar het inmiddels een graadje op 28 is, met een heerlijk verkoelende bries. Als het wat aan de warme kant dreigt te worden, plonsen we het lauwwarme blauwe zeewater in. Tussen de middag eten we fruit; de mangoboom achter ons huisje produceert dagelijks ruim voldoende zoete en ontzettend sappige mango’s die gratis voor het oprapen liggen. Vervolgens begeven we ons weer naar het strand. Als de zon zich een beetje terugtrekt gaan we lekker douchen om daarna onszelf op te maken voor het eten. In het kleine, gezellige restaurantje schuiven we op onze vaste plek aan. Voor de vorm bekijken we grondig de menukaart alvorens een keuze te maken. Er staan talloze gerechten op, maar omdat we van de meesten toch niet weten wat het is, prikken we er op de gok twee uit. Een verkeerde keuze maken is niet mogelijk, er verschijnen steevast twee stalen schaaltjes met twee overheerlijke gerechten, een schaal met basmatirijst en een schaal met chiapatti, naan, of roti. Een fles mineraalwater maakt het feest compleet. Twee deuren verder sluiten we af met een bak koffie en er is weer een dag voorbij.


14 maart

Ondanks dat de tijd hier stilgestaan lijkt te hebben, is onze tijd op havelock toch voorbij. Helaas moeten we opstappen. We staan vroeg op om eerst de zonsopgang om 5:30 te gaan bekijken en kruipen daarna nog even terug in bed. Een uurtje later ontbijten. Ik maak nog een laatste babbel met de eigenaar van ons hotel en vraag hem hoe het gaat bij noodgevallen op het eiland. Eenmaal per dag gaat er een heli, maar de rest moet met de ferry. De meest schrijnende gevallen zijn ongelukken met slachtoffers. Als er ‘s avonds iemand gewond raakt, moeten ze wachten op de ferry van 9 uur de ochtend erna en dan zijn ze na 11 uur op Port Blair. Je overlevingskans bij erge bloedingen, beroertes, lastige bevallingen ed is hier toch wat minder gunstig dan in Nederland, maar ja dat is de prijs voor wonen in het paradijs.

Daarna spullen inpakken en naar de ferry. De 2 uur op de ferry vliegen voorbij met uitzicht op de eilanden waar we voorbij varen.

In Port Blair hebben we een hotelletje geboekt en de riksja brengt ons er heen. De chauffeur spreekt of begrijpt geen Engels zoals wij dat spreken, maar gelukkig hebben we onze kaart zodat we zelf weten waar we heen moeten. Als we ons geïnstalleerd hebben in onze kamer, pakken we opnieuw de riksja richting de markt, waar we onze magen kunnen vullen.

Vervolgens bezoeken we de gevangenis. Ruim 100 jaar geleden is deze gebouwd door de Engelsen als strafkolonie voor de politieke gevangenen die voor onafhankelijkheid streden en in opstand kwamen tegen de Engelsen. Ontsnappen had geen zin met 1000 kilometer zee om het eiland. De meeste gevangenen hebben het eiland niet meer levend verlaten. In de gevangenis moesten ze onmogelijk zwaar werk doen en als ze de gestelde doelen voor ene dag niet haalden kregen ze onmenselijke straffen. Op een naburig eilandje hadden de Engelse overheersers een paradijsje voor zichzelf gemaakt met mooie huizen, tennisvelden, bedienden en een leven in overvloed.

Voor mij was deze bladzijde uit de geschiedenis toch een beetje een blinde vlek waar we in ons Nederlands onderwijs niet zo veel over leren (of ik heb niet goed opgelet bij geschiedenis). Ongetwijfeld hebben onze Nederlandse overgrootouders zich in Indonesië en andere overzeese gebieden ook zo als beesten gedragen en de oorspronkelijke bevolking uitgezogen en mishandeld als ze in opstand kwamen.

De rest van de dag hebben we wat gerelaxt en zijn lekker op tijd gaan slapen.


15 maart

Na het ontbijt gaan we richting airport. Een gemiddeld busstation in een redelijke stad is groter dan het vliegveld in Port Blair, dus het is lekker overzichtelijk. Met de vlucht van 2 uur verlaten we dan toch echt het paradijs van de Andaman-eilanden.

Bij aankomst in Chennai proberen we bij een informatiebalie te achterhalen of het OK is als we de fietsen wrappen in plastic (we hebben eenmaal een slechte ervaring in Bangkok gehad waarbij er ineens karton omheen moest en we de fietsen niet mee konden nemen naar Sri Lanka). Maar als het goed is, zou plastic voldoende moeten zijn dus daar gaan we maar van uit.

Vervolgens gaan we weer naar het voor ons bekende hotelletje, waar het grootste deel van onze bagage nog op ons staat te wachten. Daarna gaan we de fietsen ophalen bij de fietsenmaker. Als we aankomen, zien we ze als staan, als nieuw. Sam heeft een grote beurt gehad en is helemaal uit elkaar geweest; werkelijk elk boutje en ringetje is losgeweest en opgepoetst. San heeft een kleine beurt gehad, want met de Rohloff naaf is er wat minder onderhoud nodig, maar ook die glimt weer als een tiet. Heerlijk om weer op lekker schone, geoliede fietsen te fietsen, dwars door de kleine straatjes van het drukke Chennai fietsen we de 13 kilometer terug naar ons hotel met natuurlijk wat sap- en koffiestops.


India deel 7 munnar - puducherry

21 februari

We hebben zelf al wat dingen voor het ontbijt geregeld zodat we niet hoeven te wachten tot we kunnen ontbijten omdat we inmiddels weten dat vroeg ontbijten in het hotel nooit gaat lukken; 7 uur betekent in de praktijk 8 uur en 8 uur komt neer op 9 uur.

Zodoende zitten we voor 8 uur op de fiets en rijden Munnar uit. Via dezelfde weg waar ze overal bezig zijn en waar we wisselend over strak asfalt maar meestal stoffige stenen rijden, klimmen we het dal uit. Op verschillend plekken zien we mannen tientallen meters boven ons met drilboren de rotsen te lijf gaan, als we langsfietsen roepen en zwaaien ze. Er moet hier nog miljoenen kubieke meters graniet losgewrikt worden voor de weg er vloeiend doorheen getrokken kan worden, met dit tempo lijkt het ons nog minstens 20000 jaar te duren voor de weg klaar zal zijn. Waar het op de heenweg nog behoorlijk bewolkt was, is er nu geen wolkje te bekennen dus we kunnen nog eenmaal volop genieten van de bergen. De eerste 40 kilometer is veel op en neer, maar onze benen voelen ijzersterk en we zijn niet te houden. Gisteren hebben onze benen het niet zwaar gehad en we hebben goed en veel gegeten: we barsten van de energie.

Na 40 km staan we op de pas op de grens van Kerala en Tamil Nandu met voor ons iets waar de vakantiefietser maar een paar keer per vakantie likkebaardend over uitkijkt: ver in de diepte zien we ons doel liggen. Glad asfalt is in ontelbare haarspeldbochten tegen de steile beboste hellingen aangeplakt. Ken je dat: het gevoel dat iets zo erg genieten wordt, dat je er bijna niet aan kan beginnen omdat er dan ook een einde aan gaat komen? De eerste paar honderd meter staan we dan ook meer naast onze fiets om te genieten en foto’s en filmpjes te maken dan dat we ons er volop in durven te storten. Maar dan gaat het los: ruim 20 kilometer zonder te trappen, ruim 1000 meter naar beneden. We zoeven door de bochten, heerlijk.

Eenmaal beneden, naar boven kijkend, kunnen we met moeite de gevouwen boven aan de pas nog onderscheiden, we werpen nog één blik op de machtige bergen en gaan door. Inmiddels ruim 60 kilometer achter de rug maar het voelt alsof we net uit bed stappen. We beuken door, nu vrijwel vlak, het is hier weer 35 graden en de wind hebben we tegen. Tussen palmplantages, met af en toe dorpen afgewisseld met uitlopers en de laatste grillen van de Western Ghats.

40 kilometer verder gaan we eten bij een restaurant waar we al tientallen reclameborden van hebben gezien, dat moet toch wel fantastisch zijn. Vol verwachting schuiven we aan en bestellen een soep en een meal. En inderdaad zo’n fantastische meal hebben we nog niet eerder op; een grote ronde aluminium schaal met daarop een bananenblad met daarop in het midden een bak met rijst met daaromheen 10 bakjes met side dishes. Het is hier de gewoonte om alle bakjes om jezelf heen te stallen, de rijst op het dienblad te mikken en dan met je handen de verschillende side dishes door de rijst te mengen en met de rechterhand naar binnen te werken. Nadat op deze manier de maaltijd naar binnen is gewerkt, ziet de tafel er dan uit als een slagveld, overal bakjes, geknoeide rijst en gemorste inhoud van de kleine bakjes. Soms doen we mee met de lokale gebruiken, maar nu ff niet, tot ongenoegen van de waitress. Ik wil de eerste hap met mijn lepel naar binnen schuiven en ik hoor naast me “excuse me sir, you put rice on plate and mix sidedish”. Nou vooruit dan maar, ik gooi de rijst op het bananenblad en mix er wat van de heerlijke substanties doorheen. Na twee happen hoor ik haar weer aankomen “excuse me sir, need extra plate?” Met volle mond reageer ik ontkennend. Vervolgens wil ik net het schaaltje met kurrie en een gekookt ei aanvallen en daar is ze weer “excuse me sir, that is egg”. Ja dat zie ik ook wel. Tientallen keren valt ze ons nog lastig “excuse me sir, need more rice?” Nee mijn bord ligt nog vol. “Excuse me sir, that is tomato” o ja joh? “Excuse me sir, want juice?” Nee anders vraag ik er wel om. Volgens goed gebruikt is het na het verorberen van tweederde van de maaltijd “excuse me sir, you need something else?” Dat is altijd een instinker. Als je nu “nee” zegt, krijg je een minuut later de rekening in zo’n keurig mapje naast je neergelegd. Dus we weten inmiddels dat je op dit kritieke moment aan moet geven “Yes two coffee please”. Even druipt ze af om de koffie te gaan maken. Als we de laatste happen van het goddelijke maal naar binnen werken, komt de koffie, zodat we dus naadloos met de volgende fase kunnen beginnen. Nog eenmaal is het ineens onverwacht “excuse me sir, which country? De vraag die gesteld moét worden in ieder gesprek. Ik antwoord “Holland” waarop ze antwoord “ah Poland” en de rekening gaat halen. We tikken €3 af, inclusief €0,30 fooi en voldaan stappen we weer op de fiets.

Na dit maal en 100 kilometer voelen onze benen nog steeds als nieuw. Inmiddels is het 15:00, en we beuken verder, met de kop in de wind. 40 kilometer en twee uur verderop beginnen we toch wat tekenen van vermoeidheid te voelen. We stoppen om de bidons bij te vullen en een 7up te doen, waarna we nog 20 kilometer doorhengsten naar Madurai. Vlak voor donker rijden we de stad binnen, 160 kilometer in de benen, 979 meter geklommen en 2211 meter gedaald.

Nadat Anne 4 OYO’s binnen is gelopen om steeds te horen dat er geen plek is, is het bij de 5de raak. We hebben een slaapplek, met airco den douche. We kunnen het zout van ons af spoelen en koel slapen.


22 februari

Madurai is vooral bekend vanwege de Sri meenakshi tempel. Een gigantisch complex verspreid over twee bij twee blokken midden in de stad. Na het ontbijt gaan we daar dus heen. De straten rond de tempel zijn verkeersvrij, dus het is al een genot om uit het getoeter te zijn en het tempelgebied binnen te lopen.

We worden aangeschoten door een mannetje die natuurlijk ook vrienden in Holland heeft. Hij spreekt inderdaad wat woorden Nederlands, en hij vertelt dat hij kleermaker is. Naast de woorden kleermaker, kijken kijken en niet kopen (wat we hier voor het eerst in India horen) kan hij ons gedag zeggen “doei, houdoe”. Verder krijgen we de tip om in de straat naast de tempel een gebouw binnen te gaan waar we vanaf de rooftop mooie foto’s kunnen maken van de tempel. Dit gebouw blijkt toe te behoren aan het kleermakersgilde, je kan er inderdaad gratis naar boven, maar komt met geen mogelijkheid meer het gebouw uit zonder nieuwe kleren te laten maken.

We gaan naar de ingang van de tempel, leveren onze mobiel en slippers in en gaan naar binnen.

Het tempelcomplex is mega, een deel mogen we bezoeken, maar een deel is alleen voor hindoes. We zien prachtige versierde plafonds en wanden, hallen met ontelbare pilaren, er is een museum met vooral beelden. Maar het meest in het oog springend zijn de ingangen; vanaf alle vier de windrichtingen kan je onder een toren door naar binnen die kleurig versierd is met afbeeldingen van honderden goden.

Na de tempel gaan we naar het Gandhi museum. Hier leren we alles over de geschiedenis en met name de onafhankelijkheidsstrijd van India en de rol van Gandhi hierbij. Vanuit Indiaas oogpunt wordt alles uitgelegd en hierbij krijgen de Engelsen er nogal van langs. Net zoals de Nederlanders in Indonesië, hebben de Engelsen India behoorlijk leeggezogen en toen na WO II de landen echt onafhankelijk werden is dit gepaard gegaan met een hoop onderdrukken en bloedvergieten omdat de Engelsen net zoals de Nederlanders hun melkkoe natuurlijk niet uit handen wilden geven. Bijzonder hoe weinig we eigenlijk mee hebben gekregen in ons Nederlands onderwijs over deze kant van het verhaal. Alles wordt (of werd) bij ons toch net wat rooskleuriger verteld dan het verhaal vanuit de andere kant werd beleefd.


23 februari

Omdat onze route via Kodaikanal niet ging lukken op de fiets, hebben we vandaag een bustour geboekt naar dit plaatsje. Stipt om 7:15 staan we klaar om opgepikt te worden door een busje. En inderdaad, slechts 10 minuten te laat komt de chauffeur ons halen. We stappen in het busje wat voor ons hotel staat, maar de eerste vergissing van de dag is gemaakt, de bus die we moeten hebben staat een paar straten verder, dus we stappen weer uit. We lopen naar de goede bus en het duurt nog wel een kwartiertje voordat alle deelnemers overal vandaan verzameld zijn. We reizen vandaag met Indiase toeristen, een aantal families zitten met volgepropte tassen in het 20 persoonsbusje waar we met 25 mensen in zitten. De buschauffeur is al een paar keer half weggereden, maar telkens moeten er weer ergens deelnemers vandaan komen.

Uiteindelijk vertrekken we, we rijden twee straten en stoppen weer om te tanken. Er wordt een liter of 30 benzine getankt (waarschijnlijk net genoeg om heen en weer te kunnen rijden) en er wordt nog wat over en weer onderhandeld en we vertrekken. We lopen slechts 5 kwartier achter op schema.

De chauffeur, een nors kijkende met een rokerig brommende stem die klinkt alsof hij steeds boos is, pratende man - die eigenlijk best vriendelijk en grappig is - start de motor. Onder toeziend oog van Jezus, Maria, Vishna, Ganesh, en Shiva - wel ja waarom niet, hoe meer goden hoe groter de kans op een behouden terugkomst - in een kitcherig messing lijstje achter plexiglas, rijden we weg. Al toeterend, links en rechts inhalend, baant de chauffeur zich een weg door het verkeer. Onderweg hebben we een aantal stops, waarbij iedereen uit de bus gezet wordt en we even later weer verder gaan. De eerste stop is de ontbijtstop om een uur of 10. We bestellen een dosa en een soort van ronde poffertjes. Daarbij krijg je dan de gebruikelijke hartige sausen, maar we hebben altijd onze suiker bij ons, dus die strooien we erover, tot verbazing van één van de obers. Hij grist het suikerzakje uit onze handen, kijkt ernaar, gooit het leeg op zijn hand en zegt “ah, suiker”. Hij laat ons achter met een leeg suikerzakje om te overleggen met zijn collega. Even later komt hij naar ons toe en zegt “we also have sugar; 5 roepie per bag”, maar we hebben inmiddels onze poffers al op.....

De volgende stop is al een stuk de bergen in, bij een uitkijkpunt over het meer. Dan hebben we nog één viewpoint, twee watervallen en een museum voor de boeg. Bij het kleine natuurhistorisch museum wat door de broeders van het RK genootschap van het heilige hart opgezet is, kijken we onze ogen uit naar opgezette beesten en van alles en nog wat op sterk water. Het meest fascinerend zijn de reeks menselijke embryo’s van telkens een maand ouder. Hoe kwamen die broeders aan deze embryo’s vraag ik me dan af..... De heilige-hart-broeders hebben, naast de verschillende voorbeelden van de diversiteit van de natuur, een uitleg hangen van de evolutionaire tijdlijn, waar aan het eind van de tijdlijn vast hun verwachting “extinction all specimen induced by men” bijgeschreven staat. Die gasten hebben naast een goede neus voor de wetenschap ook een bijzonder heldere voorspellende blik.

De klok staat inmiddels op een uur of één en we gaan weer. De chauffeur komt in de bus rond om bij iedereen 20 roepies op te halen en er begint gemor te ontstaan bij de Indiase deelnemers. Uiteindelijk betaalt iedereen en gaan we verder, terwijl de chipszakken voor de volgende etappe opengerukt worden. De volgende stop is weer een uitzichtpunt, de tijd verstrijkt en mensen worden steeds onrustiger want er blijft steeds minder tijd over om in Kodaikanal rond te kijken.

De volgende stopplek is een winkel waar olie en chocola verkocht wordt en daar slaat de vlam in de pan. Een aantal deelnemers ziet hun bezoek aan Kodaikanal en de bijbehorende waterfietstocht over het meer in het gedrang komen en gaat in protest. Luid gillend wordt de chauffeur van oplichter en marketingman beschuldigd. Een morrende pubermeid (ja die zijn hier ook) die heel de rit al chagrijnig zit te appen en facebooken doet ook nog een duit in het zakje. Ze is er ingeluisd en is lekker gemaakt met horsebackriden rondom het meer maar nu blijft daar nauwelijks tijd voor over. Maar de chauffeur houdt voet bij stuk, we moeten de olie- en chocolademonstratie bijwonen alvorens verder te gaan.

Uiteindelijk arriveren we 14:30 bij het meer. De mensen kunnen waterfietsen (wat een vermogen blijkt te kosten) en de puber kan eindelijk haar rondje paardrijden (waar natuurlijk geen flikker aan blijkt te zijn, zo’n stinkend paardenbeest die 200 meter heen en weer loopt) en de buschauffeur kruipt in het plaatselijke tentje van zijn neef voor een gratis maaltijd. Wij lopen een rondje rond het meer, doe een happie en twee uur later is het al weer tijd om te vertrekken.

De gigantische tocht moeten we omgekeerd weer afleggen, maar ditmaal naar beneden en we hoeven niet bij elk uitzichtpunt te stoppen. Onderweg krijgt de chauffeur weer ruzie met een aantal deelnemers omdat hij wat bijsnabbelt door nog wat mensen en dozen met spullen mee te nemen. Er worden bewijsmaterialen verzameld in de vorm van foto’s van de extra passagiers en dozen, maar opnieuw houdt de chauffeur voet bij stuk. Ondanks dat, komen we slechts twee uur na de geplande terugkomsttijd van 19:00 aan en we gaan dus maar gelijk naar ons favoriete rooftoprestaurant om de dag af te sluiten met een goede maaltijd.


24 februari

We gaan weer fietsen, dus we zitten lekker vroeg aan het ontbijt. Over de tocht valt eigenlijk niet veel meer te vertellen dan dat het makkelijk fietsen was. Een rustige weg, ook omdat het zondag is. We slapen vannacht in een regio die bekend staat om de - ooit - mooie huizen. Tot WO II woonden er in deze regio veel handelaren die handelden met oa koloniaal Sri Lanka. De zaken gingen goed en ze lieten prachtige huizen voor zichzelf bouwen met materialen van over heel de wereld; teak uit Birma, marmer uit Italië, Indisch rozenhout en Engels staal. Toen na de oorlog hun handel ineen donderde, zijn de handelaren vertrokken en hun huizen vaak verpauperd. Pas aan het begin van deze eeuw is er weer interesse in de panden en zijn er al een aantal opgeknapt en bijvoorbeeld hotel geworden. Als je nog geld over hebt om te investeren, sla je slag. De komende jaren gaat hier goud geld verdiend worden.

We slapen dus in één zo’n pand, we hebben een prachtige kamer en voelen onszelf een beetje rijke mensen. Het diner wordt op ons riante balkon gereedgemaakt en het enige wat we hoeven te doen is gaan zitten en genieten.


25 februari

We hebben heerlijk geslapen en om 8 uur is alles weer gereed voor het ontbijt. Daarna pakken we in en moeten helaas al weer afscheid nemen om naar Trichy te fietsen. In plaats van de wind vol tegen, komt hij vandaag van opzij en schieten we lekker op. Na een paar eet-tussenstops en een bezoek aan een museum onderweg, hebben we de 100 kilometer van vandaag als vanzelf gereden.

Onderweg hebben we nog bij een bezige baas een ijsje gegeten. Toen we zaten, kwam hij er gezellig bijzitten en duwde ons zijn visitekaartje in handen: tv-reparateur en chauffeur, mooie combi. Hij wilde ons graag naar allerlei plaatsen brengen, maar alle plaatsen die hij opnoemde hebben we inmiddels al bezocht. We hebben beloofd dat we em bellen als we een taxi nodig hebben. We kregen nog te horen dat hij erg trots op ons is dat we helemaal uit karaikkudi zijn komen fietsen en met dit compliment in ons zak zijn we vertrokken.

In Trichy zullen we twee nachten blijven omdat we hier twee grote tempels willen bezoeken, daarover morgen als het goed is meer. Trichy is levendig, zoals de meeste steden tot nu toe. Bizar hoeveel mensen er tegelijk op straat kunnen zijn.


26 februari

Vanmorgen dus de eerste tempel bezocht, de sri ranganathaswamy tempel. Het hele complex is iets van 800 meter breed en een kilometer lang, rechthoekig. We komen vanaf de zuidkant binnen en de ingang is een kleurig versierde spits oplopende toren/poort van meer dan 70 meter hoog. Dan kom je dus in de buitenste schil. Een stukje verderop moet je opnieuw een poort door en kom je in de tweede schil. Zo gaan we vijf poorten door en komen dus steeds verder bij het heiligste deel in het midden (de zesde poort mogen we als niet-hindoe niet in).

Vergeleken met buiten, is het koel en is er veel schaduw, dus het is hier goed toeven. Overal waar we kijken zijn super gedetailleerde beelden en pilaren en pelgrims. Het geheel doet een beetje denken aan de tempels die we hebben gezien in Cambodja (Ankor Wat bijvoorbeeld) alleen hier is de religie nog volop in leven, in Ankor waren er alleen de ruïnes van een ooit actieve beschaving te zien. Als we net buiten staan, zien we ineens een heel mooi hagedisje, fel rode staart, klein mooi beest. We staan te kijken en er komt een man op krukken met een glimlach waarin drie tanden ontbreken mee kijken. “Ahhh”, en pats, hij plant zijn kruk op het beestje, een laatste stuiptrekking en dood istie. We kijken de man verbaasd aan, misschien is het je opa wel!

Na de tempel vluchten we de airco en stilte van onze hotelkamer in om ff bij te komen.

‘s Middags staat de rock fort temple op het programma. Zoals de naam al doet vermoeden, is deze tempel op een granieten pukkel gebouwd die hier ineens uit het landschap omhoog steekt, 272 voet hoog. We lopen de trappen op, zo veel mogelijk in de schaduw, omdat we anders onze blote voeten verbranden op de gloeiend hete stenen ondergrond. Boven hebben we een mooi uitzicht over Trichy, onder ons.

We zijn er inmiddels aan gewend, maar als je erover nadenk is het weer bizar wat we hier zien aan armoede; mensen die letterlijk in de goot leven, en daar ook nog proberen iets te verkopen of te maken. Op sommige plekken loopt Trichy ook vol met zijn eigen vuil. Er is hier een soort open riool, wat uitkomt in een soort van gracht; een stinkende, bruine, borrelende smurrie, bedenkt met een laag plastic. Dit verspreid zich vervolgens naar de rivier, waar het in uitkomt. En 100 meter verderop staan mensen weer de was te doen en zichzelf te wassen in de rivier, waar in deze tijd van het jaar nauwelijks nog water doorheen stroomt.


27 februari

We verlaten Trichy. De route loopt vandaag over binnendoorweggetjes, rustig, weinig getoeter. We rijden echt over het platteland tussen de rijst en graanvelden en stenenmakerijen. Grotendeels langs de rivier waar dus nauwelijks water in staat. Voor 12 uur zijn we in thanjavure, waar we ook zullen slapen.

Eerst eten we ff een happie en wachten in de airco tot het wat kouder wordt. Vervolgens fietsen we naar het paleis, volgens de reisgids een van de hoogtepunten. Inderdaad, een wonderlijke mengeling van ooit heel mooie, maar nu vervallen gebouwen en opgeknapte delen. Een doolhof met daarin verschillende “musea” met een samenraapsel van objecten: van muntjes uit Denemarken, tot oude poppen, wapens, beelden, een bibliotheek met mooie eeuwenoude boeken en geschriften die op palmbladeren zijn geschreven. Tussen de vergane stukken staat dan ineens een fancy bioscoop waar we een film te zien krijgen over de hoogtepunten van de omgeving en de tamil-beschaving.

Als we het paleis uitlopen zien we nog net een aantal jochies trekken en rukken aan onze fietsen, we roepen en rennen er opaf, maar ze ontsnappen, met onze kilometertellers, rotjong!

Vervolgens zijn we maar weer eens een tempel gaan bezoeken, een indrukwekkend gebouw, gedetailleerd versierd en in het licht van de ondergaande zon heel mooi om te zien. Tot mijn schaamte heb ik bij aankomst bij de tempel mijn frustratie over die rotjong die onze teller gejat hadden, uitgeleefd op de man van de fietsenstalling. Ik was nog zo opgefokt dat ik de beste man uitgescholden heb, enkel en alleen omdat we de fietsen perse naast elkaar moesten zetten en we voor de tiende keer vandaag voor iets onbenulligs moesten betalen, en dus voor de tiende keer weer een nutteloos bonnetje moesten tekenen en bewaren. Sorry man.


28 februari

Gisteren beviel de binnendoorroute wel, dus dat gaan we nogmaals doen. De start was wat moeizaam, door de straatarme buitenwijken van thanjavure. Huisjes met de oppervlakte van een gemiddelde badkamer in Nederland. Juist in de arme wijken, maken de mensen een vrolijke indruk, ze lachen en zwaaien en regelmatig krijgen we “welkom in India” naar ons geroepen.

We rijden weer door rijstvelden, graanvelden, tussen de koeien en steenfabriekjes, echt het platte land.

Na ruim 100 kilometer komen we aan de oostkust. Onderweg gaat de verkoelende wind steeds harder waaien, lekker maar een beetje jammer dat tie tegen is. Thanjavure is in 2004 erg getroffen door de tsunami, en bij een bezoek aan het strand zagen we ook een herdenkingsmonument voor de slachtoffers.


1 maart

Onderweg naar chidambaram fietsen we vandaag noordwaarts. Onderweg hebben we een tussenstop in een plaats waar de Denen hebben gezeten en waar die jongens ooit wat kerkjes en koloniale huizen hebben gebouwd. In een half uurtje is alles wel gezien en gaan we door. Lekker op het gemakkie, want vandaag is maar 65km.

Lekker op tijd zijn we bij onze homestay, waar een vrouwtje (gepensioneerde professor in de zoölogie) de oren van ons hoofd lult met verhalen over haar familie. Nadat de kinderen uit huis zijn gegaan is ze de homestay begonnen, volgens mij meer om dan mensen om zich heen te hebben dan voor het geld. Het huis is een beetje vergane glorie en we hebben onszelf weer eens ouderwets in de teil moeten wassen. De eigenaars zijn trotse Tamils, en heel onze kamers hangt vol met grote plakkaten tamil-gedichten (of wijze spreuken, of huisregels, of verlanglijstjes, voor ons is het allemaal niet leesbaar dus ze kunnen ons alles wijsmaken.

Het begint inmiddels gewoonte te worden, maar we bezoeken natuurlijk weer de plaatselijke tempel (straks worden we nog aanhanger van het hindoeïsme). Er gebeurt altijd van alles daarbinnen, overal zijn altaartjes en vaak is er ook muziek. Mensen proberen op de gekste manieren de goden gunstig te stemmen. Sommigen liggen op hun gezicht voor een beeld, iemand anders pakt met zijn rechterhand zijn linker oor vast en met zijn linker hand zijn rechter oor en maakt vervolgens 10 kniebuigingen, weer iemand anders loopt rondjes over een op de grond getekende cirkel. Allemaal zonder al te veel succes vrees ik, maar het is wel fascinerend om te zien, het lijkt wel of iedereen zomaar wat doet.

Bij thuiskomst is de heer des huizes teleurgesteld dat we al gegeten hebben, maar wij zijn eigenlijk blij, anders hadden we minstens de komende twee uur aan tafel gezeten, zoveel lullen hij en zijn vrouw. Als troost heb ik beloofd morgen bij ze te ontbijten.


2 maart

Tot een uur of drie zijn we wakker gehouden door wat mannen die het nodig vonden om voor onze deur aan hun bus te gaan sleutelen en daarbij ook nog eens muziek te draaien. Om drie uur waren we het zat en heb ik ze de schrik van hun leven bezorgd door als blanke in mijn onderbroek vanaf het balkon te vragen om ze iets stiller konden doen. Vijf minuten later waren ze ineens klaar en smorgens was de bus weg, dus waarschijnlijk was de reparatie sowieso net klaar toe we het echt zat waren. Voordat we aan het ontbijt gaan bij ons gastkoppel, schuiven we nog eerst een groot stuk koude watermeloen naar binnen.

Daarna dus op visite bij onze pleegouders beneden, of misschien meer een opa en oma. Heel hulpvaardige mensen, ze zijn sinds 3 maanden de homestay begonnen en het is nog even wennen. Ze zijn zo hulpvaardig dat het op het irritante af is (wij zoeken het zelf allemaal wel uit....) maar goed bedoeld denken we dan maar. Inmiddels hebben we voor de tigste maal via booking.com gereserveerd dus we krijgen standaard 10% korting. Blijkbaar geeft booking.com dan aan de slaapplek door dat ze 10% korting moeten geven. Opa en oma waren al op de hoogte gesteld dat er VIP’s zouden komen (wij dus...)

Nadat we volgestouwd zijn met idli en dosa, een goede bodem om te fietsen, vertrekken we. Na de gebruikelijke fotosessie krijgen we nog als dringend advies mee “niet naast elkaar, maar achter elkaar te fietsen, niet alle mensen in India rijden even netjes”, goh, je meent het. Vandaag hebben we een deel op een soort provinciale weg gefietst, dat zijn de gevaarlijkste. Twee (eigenlijk anderhalve) baan heen en twee (anderhalf) terug. Voor de veiligheid om de snelheid er wat uit te halen, staan er om de 500 meter roadblocks op de buitenste banen, zodat het verkeer dan moet slalommen over de ene smalle baan die overblijft. Zodoende komen de tegenliggers sowieso over over het midden, op onze rijbaan, maar meestal vinden ze het ook nodig om precies op dat moment ook nog in te halen, liefst volgas en keihard toeterend. De bussen zijn het ergst, als er een bus op je afkomt, kan je gerust uit de weg gaan, ook al hebben ze geen voorrang en rijden ze op onze weghelft, ze rijden al toeterend door. We moeten hier echt een knop omzetten om ons niet druk te maken over onnodig getoeter, als je je (bijvoorbeeld door de warmte of vermoeidheid) gaat ergeren, wordt je helemaal gek en kan je beter even pauze nemen.

Heelhuids zijn we in pondicherry gekomen, weer volop toeristisch, zelf westerlingen. We kunnen hier dus weer aan de pasta en zelfs een biertje is geen probleem

India deel 6 varkala - munnar

12 en 13 februari

We hebben twee dagen genoten van het strand, lekkere slaapplek en heerlijk eten in Varkala. Het is hier goed toeven, een week is ook wel vol te houden. Maar het begint ook wel weer te kriebelen om nieuwe dingen te gaan zien, dus we hebben het ontbijt voor morgen om 7 uur gereserveerd zodat we lekker vroeg op pad kunnen.

We zijn de afgelopen dagen lekker uitgerust, zijn een beetje bijgebruind, hebben wat liggen lezen en Annemarie heeft nog wat kunnen werken. We sluiten af met een diner van een heerlijke moot Mahi mahi en super lekker gemarineerde garnalen. Afsluitend brownies, ijs en koffie. We hebben drie van de drie avonden in hetzelfde restaurant gegeten, en we kennen de super aardige bediening en de huiskat inmiddels. Jammer om afscheid te nemen van dit heerlijke dorp.


14 februari

Eerlijk gezegd was ik er al op voorbereid dat 7 uur ontbijt voor Indiase begrippen wel erg vroeg is. En inderdaad, wij zaten klaar, maar om 7:45 hadden we ons ontbijt pas voor ons neus staan. Helaas later op de fiets dan we wilden, maar het is niet anders. In twee dagen zullen we naar Kumily rijden, totaal iets van 190 km. Vandaag doen we er ruim 110, morgen minder, maar dan zullen we wel 1100 meter omhoog moeten.

De rit vandaag was met name door de hitte zwaar. Tussen 12 en 2 is het eigenlijk gekkenwerk om te fietsen, dus we hebben een paar keer gestopt toen het echt te gortig werd.

Grappig hoe we na 5 kilometer fietsen weer in het “echte India” zijn. Hier roepen en zwaaien de kinderen (en soms volwassenen) weer naar ons, willen de mensen met ons op de selfie en eten we weer langs de kant van de weg voor een tiende van de prijs van de strandtentjes. Na ploeteren door de hitte arriveren we om ongeveer 17:00 op de plaats van bestemming. Gauw airco in, kleren uit en onder de douche, heerlijk om al het zweet en zout van ons af te spoelen.

We eten in een straattentje wat kip, naan en verschillende sausen, weer als vanouds met onze handen. Daarna naar de bakker om ons ontbijt voor morgen bij elkaar te scharrelen en lekker naar bed.


15 februari

Na de lange dag van gisteren hebben we geslapen van 20:00 tot 6:15. We staan vroeg op om de hitte voor te blijven. De eerste 20 kilometer is redelijk vlak en daarna begint de klim. Gelukkig niet zo steil als de vorige lange klimdag en naarmate we verder komen, wordt het koeler. Nu ik dit schrijf zijn we aangekomen in Kumily, het is kwart over vier en 26 graden in de schaduw, dus koel is wel een betrekkelijk begrip.

De fietsdag was mooi, door bossen, weer langs thee, kruiden en koffieplantages en de weg was redelijk rustig. Het huisje waar we zitten heeft een balkon met prachtig uitzicht over de bergen, de was is gedaan en hangt te drogen, dus we hebben eigenlijk nu een soort van vakantie. Op de één of andere manier is een fietsvakantie nog best wel hard werken. Op de dagen dat we fietsen hebben we eigenlijk nauwelijks tijd om een beetje te lezen of zo. Als we aankomen, moeten we de route voor de dag erna bekijken, een bestemming uitzoeken, statistieken bijhouden, de was doen, een verslag van de dag schrijven, eten, douchen en slapen, dus het is nog best druk.


16 februari

Ondanks de drukte toch weer tijd gevonden om verslag te doen van vandaag. Nog even over gisteren; we hebben in een restaurantje gegeten wat ook in de lonely planet stond beschreven. Daarin stond dat er koud bier te krijgen is, dus daar was ik wel voor te porren. Het stond alleen niet op de kaart, omdat ze geen vergunning hebben om te schenken, bierflessen dus niet op tafel maar eronder. Ik hoop voor de eigenaar dat de controlerende instanties geen reisgidsen lezen.....

Vanmorgen ontbeten in de bijkeuken van het homestay, een maaltje keralas voer met een sterke kop oploskoffie die zo sterk was dat het niet meer oploste.

We hebben de rit naar munnar opgesplitst in twee delen, omdat het anders te veel klimmen voor één dag is; vandaag het eerste stuk. Weer een mooie route door bossen en langs theeplantages. In het dorp van bestemming stond, zoals vaker, de slaapplek verkeerd op de kaart, dus stonden we ineens voor het politiebureau. Helaas had daar nog nooit iemand van het hotel gehoord. Iemand anders ving op wat we zochten, hij ging driftig aan het bellen en vervolgens leek hij het te weten. Hij stapte op zijn scooter; “rijd maar achter me aan”. En weg was tie, nooit meer teruggezien.

Weer terug bij af en dus maar weer rondvragen. Bizar dat de mensen hier nauwelijks notie hebben van wat er om hun heen in het dorp is. We hebben regelmatig dat we iets vroegen, de mensen weten van niks en het blijkt 50 meter verderop te zitten.

Uiteindelijk zit er een soort van toeristenservice hokje waar twee meisjes zitten die zeer gebrekkig Engels spreken, maar het toch lijken te weten. Ze sturen ons een zijweggetje in en inderdaad, na 100 meter klimmen, een kilometer verderop, vinden we de plek van bestemming. Er zijn een stuk of 20 huisjes, waarvan de meesten wel een lik verf kunnen gebruiken. Vanuit het hutje hebben we prachtig uitzicht over de bergen en bossen. We horen alleen de vogels en als de stroom uitvalt (wat regelmatig gebeurt) is het echt pikdonker. We zijn de enige bezoekers. Gelukkig kunnen de gastheer en vrouw wel een avondmaaltijd voor ons In elkaar flansen want we hebben na ruim 1500 meter klimmen (om uiteindelijk 300 meter boven ons vertrekpunt uit te komen) echt geen zin meer om naar het dorp heen en weer te gaan.

Het hutje heeft op de één of andere wonderbaarlijke manier zelfs WiFi, een boilertje met warm water en een lekker bed. Als klap op de vuurpijl krijgen we ‘s morgens ook nog eens een goed ontbijt.


17 februari

Vandaag dus deel twee tot munnar, een klein stukje van net geen 40 kilometer, waar we wel ruim vier uur over fietsen; behoorlijk omhoog over een weg in aanleg. Soms korte stukjes waar al prachtig asfalt ligt, maar het grootste deel over stof, stenen en het oude kapotte asfalt van de vorige weg.

Langzaam kruipen we tussen theeplantages en prachtige uitzichten omhoog totdat we de wolken inrijden. We gaan een soort van pas over waarna een uitzichtpunt is, maar volledig in de wolken. We stappen af, kijken wat rond en opeens begint de boel op te klaren en hebben we een schitterend uitzicht over een vallei met overal het glooiende groen van de theeplantages.

Om een uur of 1 rijden we munnar binnen. Een hectisch bergstadje, een drukte van belang. Veel toeristen, maar 99% Indiase toeristen, nauwelijks westerlingen.


18 februari

De benen krijgen een dag rust, we hebben meer een paar kilometer gefietst om de omgeving te verkennen en we zijn lekker op het gemak een boek gaan lezen in het park.

‘s Avonds hebben we een bezoek gebracht aan een kalarippayat voorstelling. We hadden er niet zo heel veel van verwacht, maar wast best spectaculair. Een vorm van martial arts, een mengeling van vecht/verdedigingstechnieken en dans. Er kwam dus veel wapengekletter, gezwaai met zwaarden, messen speren, acrobatiek en vuur bij kijken.

Daarna gegeten bij een toko op de markt. Bijzonder om de hiërarchie te bekijken die in de zaak heerste. De laagste mannetjes zijn voor het ophalen van de vieze spullen. Een stapje hoger degenen die ook serveren. Ze spreken niet of nauwelijks met de klanten. Daarboven degenen die de bestelling opnemen, zij maken ook een babbeltje met de klanten en zijn - voor ons - het gezelligste personeel. Daarboven assistent-baas, daarover zo meer. Daarboven the Godfather; een dikke oudere man die in een grote leren bureaustoel zit op een soort plateau achter de kassa. Hij kijkt door de zaak en dept af en toe zijn bezweette dikke hoofd met een servetje. Verder maakt hij met handgebaren en keelklanken aan zijn zojuistgenoemde assistent duidelijk als hij wil drinken, moet plassen of als zijn chocoladereep uitgepakt, in stukjes gebroken en gevoerd moet worden. Assistent-baas schenkt dan drinken voor the Godfather in, voert hem chocola en ondersteund hem op zijn weg naar het toilet. Verder mag hij, onder toeziend oog, het geld beheren.


19 februari

Helaas, tot hier en niet verder. Vandaag komt onze binnendoorroute tot een einde.

Na het ontbijt waar we weer eens op zijn Hollands de soort van pannenkoeken met meegebrachte suiker en honing naar binnen hebben gewerkt vertrokken we. Het idee is om vanaf Munnar naar Kodaikanal te fietsen in twee etappes. Op de kaart staat een kronkelend klein weggetje ingetekend, maar degenen aan wie we het vragen kijken erg bedenkelijk bij het horen van ons plan. Maar ja, het is niet de eerste keer dat we de fiets een stuk door de middle of nowhere moeten duwen om een paar 100 kilometer af te snijden, dus vol goede moed gaan we op pad.

We hebben halverwege een slaapplek gezien, dus daar moeten we zien te komen.

De eerste kilometers gaan prima, een prachtige weg, zachtjes klimmend, adembenemende uitzichten over de steile bergen met valleien en theeplantages. Langzaam wordt het koeler, tot we de 2000 meter grens weer passeren. Op het hoogste punt staan wat kraampjes en een restaurantje waar we een goede hap naar binnen werken en we gaan de pas over.

De weg verandert in een slechte weg met kuilen en gaten. Een kilometer of 2 verderop een checkpoint met een slagboom; we moeten een stuk door een natuurpark. Driftig wordt er gebeld en overlegd. “OK, you can go, but the next 5 kilometer you may not stop your vehicle”. Opgelucht stappen we op de fiets, het gaat lukken! De slagboom gaat op en we rijden een andere wereld binnen. Geen theeplantages, maar een beboste vallei, ruig, mooi en genieten dus. Hier heeft homo sapiens nog nauwelijks iets verpest maar regeren de andere diersoorten en planten. Een aantal kilometer verderop komen er toch weer tekenen van leven. Er verschijnen akkertjes in de vallei, die aan beide kanten nog met woest beboste bergen is afgegrensd. We fietsen verder door tot we in een dorp aankomen. We voelen ons een beetje “Floortje Dessing aan het einde van de wereld”. Mensen stoppen waar ze mee bezich zijn en kijken ons vol verbazing met open mond na; hier komen nauwelijks westerlingen en al zeker niet op de fiets.

We komen in de buurt van waar ons hotel zou moeten zijn en inderdaad, plots zien we een hotel opdoemen. We rijden het terrein op, doen de deur open en lopen het gebouw in. Binnen is het donker, maar we horen wat geluiden, dus daar gaan we op af. Een man, vrouw en jonge gozer komen naar ons toe, maar geen van hen spreekt Engels en we kunnen hen niet duidelijk maken dat we een reservering hebben gemaakt. Uiteindelijk komt er iemand bij die wel wat Engels spreekt en vertellen van onze reservering. Er moet eerst een aggregaat gestart worden om stroom te krijgen, en na een tijd wachten is er zelfs internetverbinding want hij kan onze reservering zien en we mogen blijven.

Door de donkere gangen - het aggregaat voorziet niet het hele hotel van stroom - worden we naar onze kamer gebracht. De deur naar ons balkonnetje wordt geopend en er komt licht in de kamer. Eerst nemen we een koude douche en voldaan nemen we plaats, het gaat lukken.....

We informeren bij de man die wat Engels spreekt over onze volgende etappe maar hij zegt dat dat echt niet kan. De weg is zeer slecht voor 30 kilometer, maar de grootste belemmering is het natuurpark; er zitten hier onder andere olifanten en tijgers en het is echt verboden om langs deze weg verder te gaan. We zijn nog zo eigenwijs om toch nog even op onderzoek te gaan en een stuk de weg op de fietsen, maar twee kilometer verder worden we door een soort van boswachter tegengehouden. Met onheilspellende keelklanken maakt hij ons duidelijk dat het gekkenwerk is om verder te gaan. Dus helaas zullen we morgen terug moeten, hier houdt de - voor mensen - begaande wereld op.


20 februari

En dus dezelfde mooie weg weer terug naar munnar. Onderweg zijn we gestopt voor een bezoek aan de theefabriek en later nog voor de botanische tuinen. Binnenrijden in Munnar voelt weer als een soort van thuiskomen. We zoeken een hotelletje uit en verder gaan we vanmiddag lekker relaxen en een beetje werken en internetten.


India deel 5 coonoor - varkala


4 februari

Vanmorgen in ons leuke huisje wakker geworden en op ons rooftoprestaurant kregen we het ontbijt. De eigenaar van het hotelletje is zo attent om de muziek aan te passen aan de gasten, dus stond er Nederlandstalige muziek op. Weer een hele goede gastheer, al is communiceren een beetje lastig, want het enige wat hij zegt is “yes”.

We pakken de spullen in, nemen afscheid en rijden de afgrond tegemoet. Letterlijk, want we hebben een fantastische afdaling voor de boeg 1500 meter lager moeten we uitkomen. De weg is super mooi, we zoeven de bochten door, door het bos, langs watervallen en indrukwekkende uitzichten. Geleidelijk aan wordt het warmer en gaan de jassen uit. Onderaan de helling staan veel locals stil om zich om te kleden en de warme kleren uit te doen.

De eerste stop beneden is bij één van de miljoen bakkers in de stad en vervolgens rijden we door naar Coimbatore.


5 februari

Vanmorgen wilden we graag vroeg op pad, geen probleem, vanaf 8 uur kunnen we ontbijten. En inderdaad om kwart voor acht kwam er een mannetje vragen of we koffie wilden, nou graag, wat is een ontbijt zonder koffie? Even later kwam hij de koffie brengen; “money?” Nee breakfast is included. Mmm alleen de koffie dus niet, wat is nou een ontbijt zonder koffie? Een uur later wachten we nog steeds op ons ontbijt, na twee keer vragen. We pakken de tassen en willen vertrekken, overal in de stad kan je voor een paar centen ontbijten en op het moment dat we op willen stappen, wordt het ontbijt gebracht.

Uiteindelijk om een uur of tien op de fiets. Eerst fietsen we naar een stuwdam in de buurt, over een rustige snelweg, zachtjes aflopend, wind in de rug, kruissnelheid 30 kilometer/uur. Bij de dam was een soort park, dus daar hebben we even rondgelopen maar het was er bloedverziekend heet in de zon en we mochten niet eens de fontein in om af te koelen....

Dan maar naar ons hotelletje, we hebben een hutje met daarnaast een heus 20 meter zwembad waar we snel induiken. Het blijkt ook gebruikt te worden voor zwemlessen voor de plaatselijke jeugd. Gelukkig was er het eerste uur niemand en konden we rustig zwemmen, als de kinderen Annemarie hadden gezien in bikini, hadden ze waarschijnlijk drie weken geen oog meer dicht gedaan, hier zwemmen de meiden met broek en shirt aan.

Onder onze hut zit ook nog een soort van vijver, waar ganzen zitten die een hels kabaal maken, maar gelukkig hebben ze zich snachts koest gehouden. Op wat muggen, een beest wat aan de zeepjes heeft geknaagd en een beest wat op onze mat heeft gepoept, is er snachts niets bijzonders gebeurd.


6 februari

Lekker uitgerust wakker dus. Met uitzicht op boxende jongemannen en vroege vogels in het zwembad hebben we op onze veranda zitten ontbijten.

De weg ging verder zacht afdalend, dus opnieuw gingen we als een speer tot Kodungallur. Na even zoeken vonden we ons hotel. Ee gloednieuwe kamer waar we de airco in kunnen vluchten als de drukkende warmte ons teveel wordt.

Eerste missie voor vandaag is de kapper, het is hier zo warm dat ik zo veel mogelijk haar eraf wil.

Onder het knippen krijgen we tips over de omgeving?

Daarna gaan we naar de ‘mall’, maar dat concept is in India nog niet echt succesvol. In Thailand, Maleisië en mn in Singapore waren de malls echt een belevenis: super groot, alles glimmend en blinkend, airco, leuke winkels, barstens vol met publiek en bovenin een foodcourt waar ook gewoon goede restaurants zaten. Hier in India zijn de malls vaak een zielige vertoning; de helft van de winkelruimte staat leeg, er zijn alleen maar dezelfde kledingwinkels (waar de enige mensen die binnen zijn, het personeel zelf is, die een beetje met hun smartphone staan te klooien of achter hun computer zitten). De foodcourt is een schrale bedoeling met een KFC, soms een burger king, een halal-tent en een toko met vegetarische gerechten. Op zich niet zo gek dat er geen hond te bekennen is, want er is meestal geen sfeer, alles is drie keer zo duur als op straat en het eten in de kleine straattentjes is lekkerder, gezonder en voor een fractie van de prijs die je in de mall betaalt.

Vervolgens scharrelen we een diner bij elkaar van broodjes, plakken kaas en melk. Dat smaakt goed, het is tijden geleden dat we een koude beker melk op hebben.

Een van de jongens van het hotel vertelde dat hij wel, als we wilden, biertjes voor ons wilde gaan kopen. Zogezegd zogedaan, ik schuif wat roepies in zijn handen en we spreken af om vanavond een pint te doen, hij heeft nightshift tot 10 uur smorgens. Na enige tijd staat hij op de stoep met een aantal koude kingfishers, het water loopt me in de mond. Hij moet alleen nog even de baas van het hotel weg zien te werken, blijkbaar is die niet zo enthousiast over een nachtwaker die aan de pintjes gaat met de gasten. Uiteindelijk zitten we voor ons doen extreem laat - 11 uur - aan de pinten. Zonder te blikken of te blozen plopt hij twee bierflessen open met zijn gebit, Indian style. Hij vertelt vol enthousiasme over zijn geboortestreek, de gewoontes in Kerala, de gebruiken hier enz enz. Nu weet ik dus dat het communisme in Kerala erg populair is, dat gokken in Kerala toegestaan is, dat zijn vrouw en dochtertje van 2 een stuk verderop wonen en dat hij voor een paar rotcenten in het hotelletje werkt, van ‘s avonds 6 tot ‘s morgens 10, hij slaapt gewoon op de bank achter de balie. De meeste mensen in Kerala zijn erg behoudend, al is de jongere generatie wat meer open minded.

Ik vertel wat over onze belevenissen en hij wordt enthousiast, zou ook graag willen reizen, op zijn motor naar de Himalaya. Ik besef me weer eens hoe bevoorrecht en rijk we als Nederlander zijn dat we gewoon de wereld rond kunnen reizen als we willen.

“Rijd je ook motor?” Vraagt hij. “Nee, alleen fiets” “zin om een rondje te doen?” Tien minuten later zitten we op de motor, in het holst van de nacht, zonder helm, met bier achter de kiezen. Waar het overdag een chaos was in de stad, is het nu uitgestorven, niemand op straat. We scheuren een rondje door de stad en vervolgens een rit over de snelweg naar zijn favoriete thee-plek. Ondanks dat er niemand op straat is, is er dus nog wel een tentje open waar we thee kunnen krijgen.

Na onze rit komen we gelukkig weer veilig thuis, we delen nog een bier en zeggen elkaar goedenacht.


7 februari

Lekker uitgeslapen tot een uur of kwart voor acht. We geven door dat we wakker zijn en dat het ontbijt geregeld kan worden, de bestelling wordt doorgegeven aan de plaatselijke ontbijtbezorgboer. Even later wordt er aangebeld en krijgen we dosa, een soort pannenkoeken, opgerold in een bananenblad en krant met daarbij drie pittige sausjes, keurig in een plastic boterhamzakje (wat hier vast geen boterhamzakje is, hier neemt niemand boterhammetjes mee naar zijn werk). Soms genieten we van de Indiase ontbijten, maar vandaag hebben we echt geen trek in een hartig/pittig ontbijt. Gelukkig hebben we altijd een potje honing bij ons en suikerzakjes die we meegesnaaid hebben. We maken onze zoete pannenkoeken en spoelen de sausen door de plee.

Na afscheid genomen te hebben van mijn nieuwe biervriend gaan we op weg naar Kochi een tocht van maar ongeveer 40 kilometer.

Kochi is weer zo’n plek die je gelijk een goed gevoel geeft, oude mooie gebouwen en huizen uit koloniale tijd met een saus van verval en nostalgie erover. Een behoorlijk toeristische plek, en dan zie je ook meteen dat er meer geld beschikbaar is. Het is hier schoon en netjes voor Indiase begrippen.

Overal homestays, waar we er eentje van uit kiezen om te slapen. Een leuk kamertje op het dak, bij supervriendelijke mensen, waar we direct welkom geheten worden met een bak koffie. Smiddags slenteren we wat door het stadje, bezoeken de Hollandse begraafplaats waar nog Nederlanders uit de VOC tijd liggen. Apart om de oud Nederlandse teksten op de stenen te zien.

Tijden een bak koffie raken we aan de praat met een Britse man van in de 60. Eigenlijk met pensioen, maar nog aan het werk als leraar Duits omdat hij het werken nog te leuk vindt om te stoppen. Hij vertelt dat de Britten ervan houden om op vakantie naar India te gaan, vooral in de winter. Dit hebben we inderdaad gemerkt, er lopen hier op de wat meer bekende plekken veel Britse ouderen. Ik zal niet zeggen dat India het Benidorm van India is, maar het gaat soms wel in die richting. Zoals ik al eerder schreef, verbaast het me dat we als Nederlanders vaak zo bang zijn voor India, terwijl je hier prima kunt overwinteren. We hebben ff wat zitten chatten over taal, waarbij hij wat leuke wetenswaardigheden vertelde:

De beste man is Duits gaan studeren om Goethe in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen. Verder zit hij als enige Engelsman op een een koor met alleen maar Duitse mensen die in Engeland wonen en werken. Niet omdat hij zo van zingen houdt, maar omdat hij graag Duits wil spreken. In Duitsland of Nederland is het niet te doen voor een Engelsman om Duits on Nederlands te oefenen omdat iedereen daar direct terugpraat in vloeiend Engels. Het Engels in wat in India gesproken wordt, is vaak ouderwets Engels (beetje vergelijkbaar met Zuid-Afrikaans - Nederlands). Dan hebben we nog wat gebabbeld over de “G” klank in de Nederlandse taal. Die komt in niet zoveel talen zo hard voor al is het Nederlands. Zelfs in het Duits, bijvoorbeeld in het woord “acht” is de “ch” niet zo schrapend als in het Nederlandse “acht”, waarop de Brit op de proppen kwam met zijn lievelingsuitspraak die hij in het Nederlands wist, namelijk “goedgedaan jochie”.

Daarna bezoeken we een uitvoering van “authentieke” dansen. De dansers beelden een mythe uit, in gebaren en lichaamstaal. Eerst zien we dat de dansers zichzelf schminken/opmaken voor de dansen, felle kleuren. Ze smeren een of ander goedje in hun ogen, waardoor die er bloeddoorlopen uitzien. Na een uur van voorbereiding begint de voorstelling die best indrukwekkend is om te zien.

We sluiten de dag af met een heerlijke prawncurry. In eetstalletjes vlak aan het water wordt de vangst van de dag verwerkt tot de heerlijkste gerechten. Terwijl de obers foto’s van hun vrouw en kinderen laten zien, schuiven we onze maaltijd naar binnen.


8 februari

Vandaag gaan we Kochi verkennen, helaas bleek het Dutch Palace, wat we oa wilden bezoeken, gesloten. Dan gaan we de kookworkshop doen die we eigenlijk over een aantal dagen wilden doen. Na wat zoeken vinden we het goede huis, een aardige man doet ons open, hij vertelt over de kookworkshops die gegeven worden, maar helaas vandaag niet omdat zijn schoonmoeder net overleden is.

Dan maar gewoon lekker slenteren door de prachtige stad, de joodse wijk, Arabische wijk en daartussen een heleboel kerken en hindoeïstische tempels; het kan hier blijkbaar gewoon samen zonder dat de mensen elkaar de hersens inslaan (of ze doen het als we even niet kijken, dat kan natuurlijk). Ook komen we door de wijk waar de spullen van het land verhandeld worden; een drukte van belang met vrachtwagentjes jutezakken met graan, aardappelen, koffie enz. In verschillende ruimten worden de verschillende producten verhandeld als een soort van veiling.

Kochi ligt eigenlijk verdeeld op verschillende delen, gescheiden door de rivier. Omdat we toch niets beters te doen hebben, pakken we de boot naar de overkant, waar de echte grote stad Kochi is. Dit is meer het beeld van India wat we elders hebben gezien.

Qua diner scoren we een watermeloen, ananas, een zwik bananen en lekkere zoete hapjes die we op ons dakterras naar binnen werken.


9 februari

Zoals we gisteren geëindigd zijn, beginnen we weer; watermeloen, ananas, banaan en boterhammetjes. We stappen op de fiets naar Allapey. We fietsen vlak langs de Arabische zee. Halverwege houden we het niet meer uit, zetten we de fietsen neer en duiken in de hoge golven. In en uit de branding lopen is vrijwel onmogelijk omdat de golven zo hoog zijn dat we omvergegooid worden. Met onze kleren vol zand en onze neuzen vol zout water gaan we uiteindelijk weer aan land.

Daarna nog 15 km fietsen tot de plaats van bestemming. We slapen weer in een homestay, dit keer echter met een eigenaar die niet erg spraakzaam is maar hij regelt voor ons water, een douche een bed en WiFi, wat heeft een vakantiefietser nog meer nodig?!


10 februari

Voor de verandering pakken we de boot. Nadat onze zwijgzame gastheer ons voorzien had van toast, omelet en koffie, stappen we op de fiets naar de ferry die ons naar Kollam gaat brengen. Een prachtige tocht over de backwaters. Het stikt hier van de kanalen, rivieren en meren. Alles bij elkaar vormt het een netwerk van waterwegen en het leven speelt hier dan ook vooral op en rond het water af. We zien vrouwen de was doen, mannen vissen, kinderen zwemmen, mensen wassen zich in het water. Overal waar we kijken palmbomen langs het water en veel rijstvelden en andere akkerbouw op stukjes grond.

De tocht duurt een uur of acht, waarna we aankomen in Kollam, vlak voordat de zon ondergaat. Omdat we geen zin meer hebben om de stad door te struinen, eten we in het restaurant van het hotel maar dat is zeker geen straf. Bij het binnenkomen van de stad lonkte de McDonald's, maar de maaltijd die we nu hadden, was lekkerder en een stuk gezonder. Het lukt trouwens nog niet echt om af te vallen. Eigenlijk was het de bedoeling om wat overtollige bier en snoepkilo’s kwijt te raken. Bij de eerste fietsvakantie in zuid-Amerika ging dat vanzelf, omdat er soms gewoonweg niets te eten was, of alleen rijst en kip en dat gaat op een gegeven moment toch een beetje tegenstaan. In Thailand was dat al wat minder makkelijk (omdat overal lekker eten te krijgen is). En ook nu is er altijd lekker eten in de buurt en is ons tempo van fietsen wat afgenomen na de eerste twee weken (er zijn hier teveel leuke dingen die we willen zien).


11 februari

We hadden, voor ons doen, een heerlijk luxe kamer en bijbehorend groot, heerlijk bed, dus worden uitgerust wakker. We stiefelen naar het ontbijtbuffet waar we onszelf te goed doen aan geroosterde boterhammen en de eerder genoemde dosa-pannenkoekjes met boter en suiker i.p.v. de hartige/pittige bijbehorende sauzen. Een paar bakken koffie er bij en we zijn weer klaar voor de grote tocht van vandaag: 25 kilometer langs de kust naar Verkala, waar we voor 12 uur inchecken. Verkala is een heerlijke plek; een prachtig strand geflankeerd door rood en roestbruin gekleurde rotsen en weelderig groene palmbomen (de rotsen hebben we wat we van de kust aan de Algarve). We huren een umbrella en vermaken ons prima. Afwisselend lezen, zonnebaden en zwemmen en omvergegooid worden door de hoge golven. Als de zon onder is gegaan, pakken we onze spullen, nemen een heerlijke douche om het zand van ons af te spoelen en lopen naar een van de restaurantjes langs het pad bovenop de rotsen.

Uitzicht over de donkere zee, waar tientallen bootjes aan het vissen zijn; we zien de lichten in de verste. De vangst van de afgelopen nacht ligt uitgestald op tafels bij elk restaurantje; inktvis, krab, kreeft, verschillende soorten garnalen (die zo groot zijn dat je met vier garnalen een compleet maal hebt) zwaardvis, tonijn, snapper, zeebaars, roodbaars en allerlei vissen waarvan ik de naam niet weet). Wij houden het vandaag bij lasagne, soep, en een bier (waar ze hier een beetje schimmig mee doen, bier staat niet op de kaart, maar als je erom vraagt krijg je het wel. De fles bier wordt voor je neus opengeplopt en in een grote mok geschonken. De overgebleven halfvolle fles, van 65cl; dat is tenminste de moeite, wordt onder het tafeltje gezet, uit het zich). Als toetje appeltaart met slagroom en een echte koffie. Na dit heerlijke diner tikken we tien euro af en gaan slapen.


India deel 4

26 januari

Na wat gepuzzel hebben we besloten om vandaag met de bus naar Bangalore te gaan. We hebben met de vriendelijke eigenaar van ons hotelletje af kunnen spreken dat we de fietsen laten staan in zijn berging, hij heeft beloofd er goed op te passen.

Vanmorgen zijn we eerst gaan ontbijten in het parklane hotel. Mysore is een bekende stop voor toeristen, dus er zitten hier ook wel wat westerlingen, voornamelijk Engelsen. In bekende plaatsen zoeken we soms een eetgelegenheid vanuit de reisgids, zit je vaker tussen de buitenlanders, maar heb je wel leuke plekken waar we anders niet zo snel komen. Zo ook hier; een gezellige plek, gisterenavond was er livemuziek en vanmorgen kunnen we lekker cornflakes, scrambled eggs en andere westerse dingen kiezen. Er loopt zeker 40 man personeel rond, onderverdeeld in bruine overhemden (de opruimers, die matig Engels spreken, i.p.v. een naambordje een groot nummer op hun borst) de groene overhemden (serveren uit, en nemen eenvoudige bestellingen op), de witte overhemden (nemen bestellingen op, spreken goed Engels) en chef-wit-overhemd (een lange man die erbij komt als het echt lastig wordt). Boven elk gezellig tafeltje hangen drie schakelaars, eentje voor de gewone lamp, eentje voor een rode lamp die je aankan doen als je iemand nodig hebt en eentje voor een klein lief ventilatortje voor als je wat verkoeling nodig hebt. Over schakelaars zal ik nog wel een keer eea schrijven, dat houden jullie nog tegoed.

Na het ontbijt zijn we naar een heuvel vlak naast de stad gegaan, bovenop een tempel met een mooi uitzicht over de stad. Het is soms lastig te zien wat er nou wel en niet mag en moet in tempeltjes, en religie is nogal een gevoelig iets (al valt het bij de hindoes we redelijk mee). We doen keurig onze schoenen uit, omdat iedereen dat doet, maar vervolgens trap ik er toch in om in te gaan op een monnik die bij de ingang tegen me gaat lullen en ja hoor, voor ik het weet heb ik een stip op mijn hoofd en een armbandje om en blijkt het gewoon een ordinaire naaidoos te zijn, moet ik lappen en was het helemaal niet iets verplichts. Lachend sneakt Annemarie achter me langs de tempel in....

Toen we weer beneden waren hebben we de bus gezocht naar Bangalore, waar we nu dus zitten. Bangalore is een vooruitstrevende, voor Indiase begrippen een fancy stad, hoofdstad van de ICT. We bezoeken een mall met daarin een supermarkt die zelfs voor Nederlandse begrippen een belevenis is, kan meneer jumbo nog wat van leren. Alles wat je kunt bedenken wordt er verkocht, geen grote hoeveelheden, maar wel alles vers en goed, van verschillende soorten buffelmozarella tot verse pasta’s, noem maar op. Er loopt een miljoen man personeel rond om je te adviseren en te helpen, en er staan overal schalen en bakjes waar je dingen kunt proeven en testen.

‘s Avonds Italiaans wezen eten in een chique restaurant.

Het makkelijke van een chique restaurant is, dat ze je meestal direct snappen en dat we allebei iets anders kunnen nemen. Zoals in alle landen is het bijvoorbeeld ook hier erg raar en onbegrijpelijk dat ik koffie met melk drink en Anne zonder melk. Terwijl het op zich allebei gedronken wordt, krijgen we óf twee met melk óf twee zonder melk. Maar ook als Annemarie een soep bestelt en ik iets anders krijgen we toch allebei soep. En zelfs als we de bestelling bij de McDonald's doorgeven gaat het als volgt:

Ik: “een mc Chicken menu”

Cassière: “two mc Chicken menu’s?”

Ik: “Nee, één mc Chicken menu met fanta, en een Veg burger menu”

Cassière: een mc Chicken menu met fanta, en een Veg burger menu met fanta (de fanta is al aangeslagen in de kassa)?

Ik: “nee, het Veg burger menu met coke”.

Vervolgens moet de cassière weer opnieuw beginnen omdat ze al de fanta had aangeslagen in de kassa.


27 januari

Vandaag zijn we dus in bangalore, zonder fietsen. We hebben een beetje door de stad en het grote stadspark geslenterd. Verder twee musea bezocht, waaronder het techniekmuseum. Allemaal leuke dingen over techniek, elektriciteit, het weer, ruimtevaart enz. Veel dingen waar de kinderen aan mochten zitten en op knopjes mochten drukken, maar deze werden vooral door volwassen mannen gebruikt.

Na al dat geslenter kregen we natuurlijk honger en hebben weer lekker zitten eten.


28 januari

Vandaag de bus weer terug naar Mysore, waar we nog een paar nachten zullen blijven. We hadden terug een wat comfortabelere bus, dus dat was lekker drie uur in de airco.

Ons mannetje had keurig op onze fietsen gepast.


29 januari

Vandaag staat een bezoek aan Mysore Palace op het programma. Erg indrukwekkend, een fantastisch mooi paleis waar we doorheen konden lopen en genieten van de mooie ruimten met houtsnijwerk, mooie versierde wanden en plafonds en allerlei mooie vakwerkdingen. Één maal per week wordt het paleis een half uur verlicht met 93.000 gloeilampen, maar dat hebben we helaas niet gezien.

Daarna hebben we het railmuseum bezocht, klein maar wel grappig. Er stonden oude locomotieven en wagons waar we op en in konden klimmen. Een beetje verpauperd, maar zeker de moeite waard. Daarna hebben we in de stationsrestauratie een heerlijk menu naar binnen gewerkt en zat de dag er al weer bijna op.


30 januari

Vandaag verkassen we voor een nacht in het mooiste hotel van Mysore, vijfsterren, echt helemaal tegen onze gewoonten in. We staan om half tien op de stoep, omdat het maar drie kilometer verderop is.

Voor fietsers is er geen protocol, dus ze moeten even improviseren. Als we aan komen fietsen komt er al een mannetje aanlopen die erg moeilijk kijkt, waar gaan we die fietsen laten? Dikke BMW’s en landrovers geen probleem, maar voor twee fietsen moeten er drie man overleggen waar te parkeren. Uiteindelijk hebben we een plekje, de tassen worden keurig op karretjes geladen en we gaan naar binnen. Omdat we zo vroeg zijn, moeten we nog wachten op een kamer, maar we zitten vlak bij de dierentuin en die staat voor vandaag op het programma.

Een verrassend mooie dierentuin, redelijk mooie verblijven waar de dieren aardig de ruimte hebben. Veel vogels, slangen, maar ook de gebruikelijke grote zoogdieren zoals giraffen en olifanten. Wij zijn, samen met hooguit nog vier blanken, de enige westerlingen, dus we voelen ons soms ook een attractie, zeker omdat we weer minstens 20 keer gevraagd zijn om op de selfie te gaan met iedereen. Mensen houden sowieso van foto’s maken hier, wij staan bij de meeste hokken wel even te kijken, maar veel mensen hier lopen snel langs alle hokken, maken snel van ieder dier een foto en rennen weer door.

Na ons dierentuinbezoek kunnen we inchecken in onze kamer. Een heerlijke kamer met kingsize bed en zowaar een keer geen douche die boven de wc hangt, maar een klepper van een badkamer met bad, douche en wc allemaal naast elkaar. Nadat we van de schrik bekomen zijn, hebben we heerlijk aan de infinitypool liggen relaxen en een boekie liggen lezen. Op de achtergrond was het personeel al abseilend aan het ramenzemen en verderop stond drie man de pergola te schuren, met het handje en in de twee uur dat wij hebben gelegen, hadden ze misschien 3% gedaan, arbeid kost hier echt niets.

Vervolgens in het bubbelbad liggen bubbelen en verder eigenlijk niets bijzonders gedaan.


31 januari

Heerlijk ontbeten van een superbuffet en met pijn in het hart nemen we afscheid van ons hotel en van Mysore. De eerste 57 kilometer gingen als vanzelf na drie dagen niet fietsen en het megaontbijt. Koffiepauze en weer door. We moeten vandaag een stuk door het nationaalpark, geen probleem denken we. In het park schijnen onder andere olifanten en tijgers te zitten, maar er loopt een weg en er is een soort van dorp in het park dus dat komt vast goed.......

Niet dus, bij de ingang van het park worden we tegengehouden, op de fiets mogen we er niet in. Er zit niets anders op dan te wachten op een (vracht)auto die onze fietsen en ons kan meenemen. Na even wachten stopt er zo’n lief tata-busje die ons mee kan nemen. Één fiets wordt met onze snelbinder en een oude lap op het dak gebonden en de ander wordt met onze spin achter de auto geknoopt, als dat maar goed gaat. We tuffen met een slakkegangetje door het park, en zien apen, wilde zwijnen en herten. Op een gegeven moment staan er voor ons auto’s stil en blijkt er een olifant op de weg te staan. De bestuurder van ons autootje wordt erg nerveus, keert de auto half om snel weg te kunnen rijden “an elephant alone, very dangerous, in group no problem, but alone is very dangerous for attack”. Mmmmm, toch goed dat we niet zijn gaan fietsen blijkbaar. Enige tijd later loopt de olifant al trompetterend van de weg en kunnen we door.

Het dorp waar we slapen, ligt net buiten het park, maar alleen op de weg staat er een hek, verder zijn er geen hekken rondom het park, dus ben benieuwd of we vannacht nog olifanten of tijgers op bezoek krijgen.


1 februari

Heerlijk geslapen, geen olifant of tijger gezien. We krijgen ontbijt op onze veranda; bananen, toast, ei, jam, koffie, genoeg om op pad te gaan.

Wat een tocht vandaag, we moeten 1400 meter de hoogte in, over een stuk van nog geen 15 kilometer, dus gemiddeld 10%. Stukken van 16% zaten erbij, in de eerste versnelling, we komen nauwelijks vooruit. De 36 haarspeldbochten zijn genummerd, langzaam tellen we af tot nummer 1. Na drie uur klimmen zit het er eindelijk op, we gaan de pas over en daarna nog een klein stukje tot Ooty, een hectisch stadje, maar de omgeving is super mooi. We zitten dik boven de 2200 meter, dus het is hier koel en ‘s nachts zal het rond de 0 graden zijn.

We slapen naast Ooty Lake, waar je roeibootjes en waterfietsen kan huren, maar een blik op en de geur van het kanaal wat in het meer uitmondt zorgt ervoor dat deze activiteiten niet op onze todo-list komen. Wel hebben we de botanische tuinen bezocht, nadat we eerst een uurtje uitgerust hebben van de klim en een lekkere douche hebben genomen om al het zout van onszelf af te spoelen.


2 februari

Na het ontbijt checken we uit, maar laten de tassen nog even staan in het hotel want we willen eerst naar emerald lake fietsen, een kilometer of 20 verderop. De route is mooi, tussen gekleurde dorpen aan theeplantages en andere landbouwbedrijfjes.

Halverwege belanden we bij een koffietentje waar we op het dak onze koffie en gebakjes naar binnen werken. Het is een beetje een wintersportklimaat hier; in de schaduw is het koel, maar als je in de zon zit is het heerlijk aangenaam.

Na onze uitstap halen we de bagage op en fietsen via een omweg naar Coonoor. Een prachtige tocht, overal om ons heen theeplantages, de meest fantastische uitzichten. We gaan de pas over van dik 2500 meter boven zeeniveau en daarna geleidelijk aan naar beneden tot we Coonoor inzoeven. We slapen hier in een super leuke oude cottage, echt zo’n Engels huisje met een leuke kamer, en een super vriendelijke eigenaar.


3 februari

Omdat het zo’n lekkere plek is, besluiten we een nacht bij te boeken. Bij het ontbijt zit er zowaar nog een stel toeristen, Engelsen die ook aan het rondreizen zijn op eigen houtje. Wel leuk om weer eens niet-Indiase mensen te spreken.

Na het ontbijt zijn we naar twee uitkijkpunten gefietst, weer een ontzettend mooie route door thee plantages, we kunnen geen genoeg van het uitzicht krijgen en blijven foto’s maken. De omgeving doet wat denken aan de cameron-highlands in Maleisië alleen dan ruiger en veel minder toeristen. Natuurlijk proeven we de locale thee en chocola onderweg.


Dan had ik nog beloofd wat te schrijven over de elektriciteitsvoorzieningen in India, dus bij deze:

In elke kamer, ook al is deze nog zo klein, zijn er minstens 15 schakelaars te vinden, soms in mooie grote panelen met daarin ook stopcontacten (waar je de spanning op kunt zetten dmv een schakelaar) en meestal ook één of meerdere draaiknoppen voor de ventilator(en), die je dan ook weer aan en uit kan zetten dmv een schakelaar. Dan zit er buiten de kamer, of soms in de kamer nog één of meerdere schakelaars waarmee je de spanning heel het zaakje ineens kan onderbreken. Alles keurig inbouw, niks geen gootjes en leidingen aan de muur of plafond, alles netjes weggewerkt in de muur.

Tot zover alles prima, het wordt alleen irritant als je naar bed wilt: welke schakelaar bedient welke lamp? als je niet uitkijkt, haal je de spanning van het stopcontact af waar je net je telefoon aan het opladen bent, of gaat er ineens weer een lamp in de wc aan. We hebben een keer een kamer gehad met meer dan 10 spotjes in het plafond (niet overdreven). In Nederland zou je dan eea aan elkaar koppelen, hier niks van dat al; verspreid over de kamer zijn na goed zoeken ook meer dan tien bijbehorende schakelaars te vinden.

Ook ben ik een keer een shake wezen drinken in een restaurant met een stuk of 15 tafeltjes. Achter in het restaurant zat een man die het geld inde, maar ook chef schakelaar was. Als er gasten kwamen of wegingen kon hij op zijn bijbehorende mengpaneel met 30 schakelaars en 15 draaiknoppen per tafel een lamp en ventilator aan- of uitzetten en - indien gewenst - ook de ventilator nog harder of zachter zetten. Kunstenaars zijn het.

Wat betreft water is het net zo. In elke badkamer zitten meerdere draaiknoppen verspreid waarmee je het warme en koude water helemaal kan afsluiten, dan zit er naast of in de buurt van toilet of wastafel weer een draaiknop voor de wastafelkraan of toilet en dan heb je natuurlijk de kranen nog. Ook alle leidingen weer keurig in de muur weggewerkt. Als er geen warm water uit de douchekraan komt, moet je dus eerst op zoek naar de kraan in de buurt van de douche, staat deze open, dan moet je op zoek naar de hoofdkraan. Staat deze ook open, kan het nog zijn dat er een boiler is die aan moet met een schakelaar, of dat de deze schakelaar wel aan staat, maar de hoofdschakelaar nog niet

India deel 3

19 januari

Vandaag fietsen we Goa uit. Grotendeels hebben we op of in de buurt van een nieuwe snelweg gefietst die hier aangelegd wordt. Stukken zijn klaar, ander stukken worden geasfalteerd, maar er zijn ook stukken waar ze nog moeten beginnen. Maar het meest imposant zijn de stukken waar volop gewerkt wordt. Tientallen stellages met een touw, katrol en gewicht waar ze aan het “heien” zijn. En dan de stukken waar ze door de rotsen moeten; graanmachines met drilboren, maar soms gewoon met de hand, uiteraard zonder enige vorm van bescherming. Als er een berg puin losgetrild is, komen de vrouwen in actie die de stenen in bakken op hun hoofd weg mogen sjouwen. Een stukje verderop zit een man op zijn hurken een boom om te zagen; wat nou kevlar zaagbroek, kan best op slippertjes in de korte broek.

Uiteindelijk hebben we een kamertje in Gokarna. Een soort van heilig dorp met een aantal belangrijke tempels waar we een kijkje hebben genomen maar eigenlijk toch niet zoveel te zien was.


20 januari

Vandaag weer op of in de buurt van de doorgaande route, maar we hebben een paar keer een leuk stuk binnendoor kunnen doen. Het eerste binnendoorstuk bracht ons door gezellige dorpjes en we moesten met de pont om een riviertje over te steken. Prachtig gezicht; het dorp aan de rivierkant omringd door palmbomen in de prachtige ochtendzonnestralen. s Morgens vroeg is het heerlijk koel, dus we proberen steeds lekker vroeg weg te zijn.

Halverwege hebben we nog wat tuinen en een watervalletje bezocht, de blauwe zee met wit strand op de achtergrond. We hebben wat gerelaxt in de schaduw en op de weg terug wandelden we tussen de rijstvelden.

De eindbestemming vandaag is Murudesvara. Het is superdruk in het dorp want het is zondag en er is vanalles te beleven. Nadat we een hotel gevonden hebben, wat nog niet zo makkelijk bleek te zijn, we hebben er een paar afgegaan, maar die waren toch echt té basic, zijn we het dorp in gegaan. Je kon over de hoofden lopen, maar gelukkig steken we een kop boven de mensen uit en zijn we de enige blanken, dus wij raken elkaar niet kwijt.

Eerst hebben we de tempels bezocht; schoenen in de bewaakte schoenenstalling (€0,03) en naar binnen. Er staat een 18 verdiepingen hoog bouwwerk waar we met de lift bovenin konden komen. Bovenin een mooi uitzicht over het dorp, het strand en een megalomaan groot beeld van lord Shiva, die uitkijkt over de stad en de arabische zee. Daarna hebben we samen met een heleboel anderen een rondje door de tempel gelopen. Religie blijft in mijn ogen toch wel één van de meest fascinerende dingen waar mensen mee bezig zijn en waar we op onze reizen de meest uiteenlopende uitingen van gezien hebben. Wat bezielt mensen om vol overtuiging een dikbuikige, koddige, rechtopzittende olifant te gaan aanbidden en hutje mutje in de rij kokosnoten te kopen, een stip op je voorhoofd te zetten, door een tempel te stiefelen en je kokosnoten doormidden te laten slaan om de helften gevuld met bloemen weer in ontvangst te nemen. Maar ja dat zeggen zij waarschijnlijk over mensen met een andere geloofsovertuiging.

Daarna hebben we ons door de mensenmassa gewurmd en belandden in een optocht waarbij en een soort houten kar met daarop een ronde gekeurde bol met vlaggetjes door de straat getrokken werd. Het geheel leek we wat op een houten huisje op wielen onder een luchtballon. In het huisje zaten volgens mij monniken of zo. Het publiek stond klem op elkaar en als het gevaarte in beweging kwam werd er door politie al fluitend en duwend plaats gemaakt. Als de mensen vervolgens nog dichter op elkaar (en elkaars tenen) stonden, reed het apparaat weer een paar meter. De toeschouwers gooiden met bananen naar het rijdende ding, volgens mij was het de bedoeling een soort bel bovenop de ballon te raken. De bananen vlogen dus over en weer en als we ff niet uitkeken, kregen we een banaan op onze kop.

De volgende bestemming was de funfare. We hebben een attractie bezocht die nog het meest leek op een half rechtopstaand wijnvat met een doorsnede van een meter of 12 en een hoogte van een meter of 7. Rondom het vat was een tribune, zodat je in het vat kon kijken. In het vat stonden motoren en auto’s. Nadat er met veel bombarie, muziek en motorengeknetter genoeg betalend publiek was opgetrommeld, gingen de motoren en auto’s rondjes rijden. Eerst ééntje, maar later drie motoren en twee auto’s die tegelijk rondreden, tegen de schuine wand opreden en op hun zij rondjes door het vat reden. Alsof dat nog niet genoeg was, klommen de bestuurders half uit de auto, reden ze op de motor met losse handen, of gingen in de amazonezit op hun zadel zitten. Na een minuut of tien stuntwerk, zat de show erop.

Toen we de tribune verlieten werden we door de stuntmannen opzij geroepen; ze wilden graag een selfie met ons maken. Haha, je zou zeggen, “zij zijn de helden en met angst en beven gaan we vragen of ze misschien met ons op de foto willen”, maar nee, in India is alles anders; zij komen als een stel kinderen aan ons vragen of ze met ons op de foto mogen.

Na al deze belevenissen een heerlijk soep en butterchicken naar binnen gewerkt en nu naar bed.


21 januari

Vandaag ruim 100 km gefietst, maar omdat we vroeg weggingen, waren we een uur of twee op plaats van bestemming, udupi.

Een levendige stad waar we slapen in onze favoriete hotelketen OYO, daar zijn we verzekerd van een goed bed, warm water en goede WIFI, want Annemarie moet vanmiddag werken, salarisadministratie. Ondertussen ben ik het tempelcomplex wezen verkennen, een doolhof van gangen, kamertjes, zalen. Overal lopen mensen, zitten mensen muziek te maken en is het een drukte van belang. De luchtballonnen op wielen staan hier ook, ik denk dat gisteren hetzelfde bananengooifeest hier ook is geweest. Na het scoren van lekkere hapjes en een meloen ben ik Anne weer op gaan zoeken.

‘s Avonds hebben we heerlijk gegeten, een menu wat je hier meestal op een grote ronde metalen schaal krijgt. Daarop staan dan allemaal metalen bakjes met rijst, verschillende currietjes, yoghurt, en al je een beetje mazzel hebt ook salade en een zoet hapje. Als je koffie bestelt, komt deze ook in een metalen bekertje, die dan weer in een metalen bakje staat, de koffie giet je vervolgens beetje bij beetje in het metalen bakje waaruit je het naar binnen slurpt.

In de restaurantjes is het altijd een gekletter van de bakjes, als de boel opgehaald wordt, gooien ze de bakjes in bakken om schoon te maken. Na de uitgebreide, heerlijke maaltijd tikken we het schrikbarende bedrag van €4,- af en gaan.

We hebben weer een rondje door de tempels gelopen en toen naar onze OYO.


22 januari

Gewekt door de geluiden van de groente en fruitmarkt waar we vanuit ons raam op uitkijken. Verder zuidwaarts, eindbestemming Mangaluru. Het is nog geen 60 kilometer, dus we zijn waar kon van de hoofdweg afgegaan om over kleinere weggetjes langs de kust en door kleine vissersdorpjes te fietsen. Zodra we van de drukke hoofdweg afgaan, rijden we 200 meter verder voor ons gevoel volkomen afgelegen over platte land.

Vissers zijn bezig met hun boten en netten, vrouwen zijn de was aan het doen en er zijn mensen op het land bezig. Af en toe stoppen we om met onze voeten over het witte zand de Arabische zee in te lopen die heerlijk lauwwarm is.

Vanavond slapen we dus in mangaluru, sinds tijden zien we weer eens een Mac, waar we een maaltijd fastfood naar binnen gewerkt hebben. Met één meisje achter de kassa en één mannetje die de bestellingen klaarmaakte ging het alleen niet zo snel als in Nederland. Ze hadden wel een goede oplossing voor als ze het niet meer bij konden houden met de bestellingen, gewoon de kassa dichtgooien tot alles bijgewerkt was, de klanten wachten maar even.


23 januari

Vanmorgen willen we een beetje op tijd weg, we weten niet precies of we moeten gaan klimmen en hoe de weg zal zijn; we gaan naar het oosten, het binnenland in.

Om half acht stond keurig de bediende met de krant en twee ontbijtvouches voor de deur, dus 5 voor acht zitten we klaar in een ongezellige kale ruimte waar wat plastic tafels en stoelen staan en waar het ontbijtbuffet vanaf 8 uur geopend zou moeten zijn. Behalve twee lege tafels zien we nog geen tekenen van een komend feestmaal. Stipt 8 uur gaat Annemarie vragen hoe het ermee zit “gaat er nog wat gebeuren of wat?” 5 minuten later komen er vier mannetjes met schalen, thermosflessen en een kar met stalen serviesgoed aangerammeld. We eten onze buiken rond, en ruimen ons gebruikte servies, lege kopjes en bestek in de daarvoor bestemde bak en willen vertrekken. Juist op tijd, vlak voor we de deur uitlopen vraagt een van de mannetjes nog snel de vraag die allen hier bezig houdt: “which country sir?” Glimlachend beantwoorden we “Holland” en nemen afscheid. Achter ons horen we “Ah Poland”.

We checken uit, laten de portier vol verbazing achter omdat we vertelden dat we vanuit Mumbai hierheen zijn komen fietsen en duiken het drukke verkeer in. Het is druk in mangaluru, maar het rijdt in ieder geval, in Mumbai stonden we grotendeels stil. Het is een mooie fietsdag, redelijk rustige weg door bossen en palmplantages.

Op een gegeven moment krijgen we dorst en zien een klein tokootje met een bord “fresh juices” en stappen af. We weten de man duidelijk te maken dat we twee watermelonjuices willen en hij stuurt ons naar een ruimte van twee bij twee met een tuintafel en vier stoelen welke dienstdoet als restaurantzaal. Hij kijkt wat moeilijk, is allemaal aan het bellen en probeert ons iets duidelijk te maken, maar we snappen em niet. Uiteindelijk lopen we naar de koelkast en pakken een koude cola en water eruit, doe dit dan maar. Als we het bijna op hebben, komen de hulptroepen; hij heeft iemand gebeld die als Engelse tolk kan fungeren, en die vertelt ons dat de juicemaker onderweg is. Twee minuten later arriveert inderdaad de man die de blender kan bedienen en maakt ons alsnog twee heerlijke watermelonjuices klaar.

Om een uur of half vier zijn we in Sulya en vinden een groezelig kamertje met bed en douche, we kunnen slapen en douchen. ‘s Avond belanden we in een restaurantje waar een vriendelijke jongeman ons bediende. Na enige aarzeling vroeg hij of hij met ons een selfie mocht maken, prima. Vervolgens vroeg hij mijn telefoonnummer en - voor zover we em konden begrijpen - legde hij uit dat zijn naar Oostenrijk wilde komen, en of we misschien een baantje voor em hadden. Sorry, we kunnen veel, maar dat kunnen we helaas niet voor je regelen.


24 januari

Vannacht slecht geslapen door de muggen en de warmte, voordeel: we zijn lekker vroeg op pad. Na 20 kilometer redelijk vlak gingen we omhoog, totaal 1100 meter naar boven tot een hoogte van 1200 boven zeeniveau. De klim was lang maar wel goed te doen met twee drink/eetpauzes. Uiteindelijk hebben we vandaag 1555 meter omhoog geploeterd, een record tot nu toe op een dag.

De route was prachtig, door de bossen en langs koffieplantages. Het asfalt was goed en er was weinig verkeer, dus we hebben zitten genieten op de fiets. Er wordt hier koffie geteeld, maar ook druiven, cacao en veel specerijen, overal zien we winkeltjes waar chocola, wijn, koffie en specerijen verkocht worden. We hebben niet zo veel ruimte in de tassen, maar een bak chocola ging er nog wel bij.

We slapen in Kushalnagar, waar we een prachtige hotelkamer hebben; haast gewoon een heel appartement. We kunnen dus onze slaap inhalen. Maar voordat we zover zijn hebben we eerst een pizzatje gescoord.


25 januari

Vanmorgen heerlijk uitgerust wakker geworden. We worden op onze kamer gebeld hoe we de koffie willen. 10 minuten later staat er een ontzettend lief vrouwtje voor de deur met een dienblad vol met lekkers; een soort van hartige pannenkoeken, een currie die best smaakt op de vroege morgen, een soort van zoete griesmeelprut en een pot koffie. Stampensvol stappen we op de fiets.

Eerst bezoeken we de fantastisch mooi golden temple, in een dorp waar 10000 Tibetanen wonen die gevlucht zijn bij de Chinese invasie. Ongeveer éénderde is monnik, boeddhistisch. De sfeer is heel anders dan elders in India; herkenbaar van de boeddhistische kloosters en tempels die we bezocht hebben in Thailand, laos en Cambodja. In India is 80% hindu, 14% moslim en een kleine minderheid is dus verdeeld over boeddhisme, christendom en overige godsdiensten.

Daarna hebben we gefietst naar Mysuru, de weg was minder mooi dan gisteren, maar er is we altijd wat te beleven en te zien, dus zeker niet saai.


Gezond of niet?

De meeste mensen die hoorden dat we naar India gingen, begonnen gelijk over buikpijn, overgeven en diarree, en inderdaad we hebben tot nu toe één dag op bed gelegen.

Qua gezondheid heeft India eigenlijk twee gezichten;

Aan de ene kant is het vaak vies, kraanwater drinken we niet. Dan heb je in Mumbai de verstikkende smog, en op het platte land hebben de mensen de neiging bladeren en rommel in de fik te steken met soms een rookontwikkeling die het ademen moeilijk maakt. Onze longen zullen ook heel wat fijnstof te verwerken hebben gekregen van de eeuwige riksja’s, bussen en vrachtauto’s, aan uitstootmanagement doen ze hier niet.

Aan de andere kant eten we overal en altijd heerlijk, India is de hemel voor vegetariërs. Waar het in Nederland voor een vegetariër vaak een beetje schraal uit eten is, serveren hier de meeste restaurantjes alleen Veg en dat is zeker geen straf. Heerlijke creaties met veel groenten en vooral veel kruiden (vb koreander, kruidnagel, gember etc).

Er wordt hier nauwelijks alcohol gedronken, in de meeste dorpen is er wel een beershoppee, maar in de restaurantjes waar we komen wordt vrijwel nooit alcohol geschonken. Ook wel prettig op de fiets; het verkeer is al chaotisch genoeg, alcohol zal dit vast niet beter maken. Dan wordt er ook nauwelijks gerookt, als roker moet je denk ik echt zoeken om je tabak in te kunnen slaan, ik heb er niet echt naar gezocht, maar je ziet nauwelijks verkooppunten voor sigaretten.

Dus; als je Mumbai overslaat en af en toe je adem inhoudt bij het passeren van een optrekkende vrachtauto, is hier best gezond te leven denk ik.

India deel 2

We zijn nog even op het strand wezen kijken, ontzettend druk maar gezellig. Hordes mensen met kleren en al in het water en natuurlijk weer selfies. Als we uiteindelijk doorlopen staan er zeker 40 vrouwen en meiden ons uit te zwaaien “bye bye!”


11 januari

Een lange dag voor de boeg, naar Devgad, 120K verderop. Het restaurant zou om 7 uur open gaan, maar helaas konden we nog niet meer dan een bak koffie krijgen. Dan maar vertrekken en in het volgende dorp ontbijten.

Onderweg heeft Anne nog Indian sweets weten te bemachtigen; felgekleurde caketjes, sommigen zelfs met een soort zilveren laagje erover, erg lekker en vooral zoet.

De route ging weer langs de kust. Het land ligt hier denk ik een meter of 100 boven zeeniveau, dus elke keer als we een riviermonding over moesten, doken we naar beneden naar de brug en aan de andere kant weer omhoog. Uiteindelijk meer dan 1200 meter geklommen, dus we waren best een beetje op bij aankomst.

Eerst een lekkere douche nemen, mmmm, waar is de douche?! Er staat alleen een emmer met een kannetje dat wordt dus emmer vullen (met warm water, dat dan weer wel) en vervolgens met het kannetje water over jezelf heengieten.


12 januari

Door het harde bed en de muggen niet echt super geslapen. Vanmorgen kregen we van de roomservice twee omeletten met koffie. De gastheer/eigenaar is een ontzettend vriendelijke man. Trots kwam hij met zn gastenboekje en daar stonden dan ook niets dan lovende woorden. Bij het afscheid kregen we allebei een roos, moesten we op de foto en vroeg hij ons beslist terug te komen. De rozen zijn tijdens de tocht van vandaag enigszins verwelkt, maar we zullen vast nog eens terugdenken aan het leuke bezoek.

Na de lange tocht van gisteren, wilde het vandaag niet echt op gang komen maar we zijn toch 55 kilometer verderop in Malvan beland. Vooral het klimmen ging moeizaam en de afdalingen gingen lastig als de weg slecht was of als er weer eens een paar koeien onverstoorbaar de weg versperden. Malvan is een gezellig stranddorpje met behoorlijk wat toeristen, wel allemaal uit India, westerlingen zijn hier niet. ‘s Middags hebben we een beetje in onze hangmat gehangen, aan het strand gelegen en een boek gelezen.


13 januari

Het begint een gewoonte te worden, ontbijt met twee omeletten en koffie met veel melk en suiker. Het irritante buurjongetje was net zoals gisteren weer bezig met zijn nog irritantere fluitje, goede reden om snel de fietsen te laden en gaan. Nog ff 5 liter water gekocht en gaan met die banaan. Gelukkig is de vermoeidheid van gisteren toch weer weggegaan en gaan we lekker van start. Weer bijna een kilometer geklommen, maar de weg was grotendeels goed, dus dat ging vrij makkelijk.

In reisverslagen van andere fietsers lazen we al dat we vandaag een nieuwe wereld binnen gaan rijden, de wereld die Goa heet. En ja hoor, een kilometer of 30 voordat we de provincie Goa binnenrijden doemen de eerste Russische toeristen op scooters op. Nog 20 kilometer verder; hele hordes van die wodka-drinkers; mannen met hun vierkante koppen en ontblote bovenlijven achter het stuur, achterop hun kortgebroekte of -rokte scharrel. Waar we tot nu toe onszelf bezwaard voelden om onze enkels en blote armen te laten zien, kunnen we hier alle kleding van ons afgooien.


Over kleding afgooien gesproken, met het verlaten van de regio Maharashtra verlaten we met pijn in het hart ook de regio van wijlen Bhagwan Shrek Rakneesh, beter bekend als Osho, de sexguru van Pune. De beste man heeft hier het Osho International Meditation Center nagelaten waar spirituele westerlingen na het aftikken van een lieve duit en het ondergaan van een HIV-test kunnen deelnemen aan allerlei activiteiten die het optimale spirituele van lichaam en ziel naar boven halen. Degenen die mij - en mijn voorliefde voor het spirituele kennen - zullen begrijpen dat we het uiterst jammer vonden dat Pune net niet goed op de route lag voor ons.

Gelukkig heb ik zojuist in arambol, waar we nu zijn, hoopvolle aanplakbiljetten zien hangen voor cursussen yoga gymnastics, lotus yoga, hatha classes, spirit molecule smoking ceremony, thetahealing en reiki sessions. We hebben een nacht bijgeboekt en ga me eens helemaal onderdompelen in het alternatieve circuit. Annemarie heb ik opgegeven voor de de women’s health workshop, a 5-day program honoring the feminine cycle. Een welkome afwisseling want de enige cycle die we de afgelopen 8 dagen hebben gezien heeft twee wielen, een stuur een zadel en een ketting.


14 januari

Vandaag een dag niet fietsen, dat is een tijd gelden. Na bijeengescharreld ontbijt van fruit en carrotcake, hebben de de zwembroeken aangedaan en zijn naar het naburige strand gestiefeld dmv een mooie wandeling over de kliffen; prachtige uitzichten onderweg.

Daar aangekomen zijn we de Arabische zee ingedoken, die aangenaam warm was. In de verte zagen we dolfijnen springen in de zee.

Vervolgens een strandbedje gehuurd waar we de rest van de dag op gebivakkeerd hebben. Af en toe een duik in het warme water of wat te drinken, maar verder liggen, luieren en een boek lezen.

Daarna langs alle toeristenkraampjes met de gebruikelijke rommel weer teruggelopen, gedoucht en gaan eten. Het voordeel van Goa: er is weer iets anders te eten dan (het overigens heerlijke) Indiaas. We hebben ons favoriete vakantievoedsel, nl een pizza, naar binnengewerkt. Daarna nog even lekker langs het strand geslenterd waar een miljoen gezellig verlichte strandtentjes lokken, dus bij één van deze plekjes zijn we beland.


15 januari

En weer lekker op tijd op de pedalen. Onderweg een ontbijtje omdat alles nog gesloten was vanmorgen. Bij het reizen door Goa vallen tot nu toe een aantal dingen op;

1. de aanwezigheid van de bovengenoemde Russen.

2. In Goa hebben de Portugezen gezeten, met de import van het christendom zijn er overal van die leuke kleine kerkjes neergezet die we herkennen uit zuid Amerika en natuurlijk Portugal. Omdat het hier allemaal niet zo snel gaat, hebben we vandaag meerdere levensgrote kerststallen mogen bewonderen die hier dus al een tijdje staan.

3. Er is hier weer WC papier, dus we hoeven onze achtersten niet meer met de blote linkerhand schoon te vegen na een behoefte (en kunnen dus ook weer beide handen gebruiken bij het eten, mensen eten hier met de rechter hand). Ik heb nog niet kunnen achterhalen of de import van het WC papier te danken is aan de Portugezen of de Russen.


Na een korte fietsdag slapen we in Panjim in een lekker hotelletje. We voelen ons niet goed, en zijn direct het bed in gedoken en hebben een uur of 20 in bed gelegen, toch iets verkeerd gegeten blijkbaar, of misschien toch niet zo handig om de linkerhand te gebruiken....


16 januari

Gammel slepen we ons naar het ontbijt en kunnen met moeite een paar sneden brood naar binnen werken. Daarna een nacht bijgeboekt en weer het bed in gedoken.

Smiddags toch nog maar even opgestaan, het gaat iets beter dus we hebben een rondje door de stad gelopen, de kerk bezocht die als een soort witte bruidstaart boven de stad uitsteekt.

Op een gegeven moment werden we nog aangeklampt door een mannetje die postzegels spaart, hij haalde een briefje uit zijn portemonnee met daaropgekrabbeld zijn adresgegevens waar we een foto van hebben gemaakt en beloofd hebben dat we em iets op zouden sturen. Na deze activiteiten hadden we het toch wel weer gehad en zijn ons bed weer ingedoken.


17 januari

Nog een beetje gammel, maar niet meer ziek.

Ons verblijf is inclusief een continental buffet, dus de verwachtingen zijn hooggespannen. Het blijkt iets tegen te vallen; witte sneetjes casinobrood, oploskoffie en jam. Het staat op een tafel en we kunnen het zelf pakken, strikt genomen is het een buffet.....

Eerst zijn we naar Old Goa gefietst, waar vooral veel kerken en kathedralen zijn uit de Portugese tijd. Daarna naar ons hotelletje in Majorda, een makkelijke tocht, maar we voelen nog wel dat we anderhalve dag op bed hebben gelegen.

Bij aankomst hebben we snel onze zwemspullen aangedaan en zijn naar het strand gegaan. Een gezellig strand met voor de verandering vooral gepensioneerde Engelsen, geen Russen. Na een paar uur zwemmen, lezen en luieren, zijn we aangeschoven bij een hutje op het strand, waar we welkom geheten werden door een uiterst vriendelijke gastheer, Nikki. Vol trots werden de, nog levende, krabben en spartelverse vissen geshowd. We hebben een enorme seabass uitgezocht die vervolgens op vakkundige wijze gemarineerd en aan een staak geregen werd, waarna hij rechtop in een ton met kolen en hout verdween waar hij na een minuut op 20 gegrild met een heerlijke rooksmaak weer uitkwam.

Vergezeld van rijst, frietjes, groenten, botersaus, sinaasappelsaus en pepersaus op een enorme schaal werd hij voor ons neus gezet en we hebben gegeten tot we niet meer konden. Verzadigd, moe en voldaan in een diepe slaap gevallen.


18 januari

50 km voor de boeg naar Palolem, het laatste en mooiste strand van Goa. We zaten na de diepe slaap van vannacht niet heel vroeg op de fiets, maar gelukkig reden we veel tussen de bomen in de schaduw.

Onderweg kwamen we de eerste fietsers tegen, twee Engelse dames van een jaar of 60, leuk om tips en trics uit te wisselen, erg leuke gasten dus we hebben een tijdje staan praten langs de kant van de weg.

Palolem is een super gezellig stranddorp, het doet een beetje denken (eigenlijk heel Goa) aan Costa Rica van 20 jaar geleden; gemoedelijk, nog geen investeerders die het grote geld willen maken met grote hotels, hier en daar kakkerlakken, wat primitief maar goedkoop, kortom basic maar relaxed. Eerlijk gezegd snap ik niet waarom er geen strandvakantiereizen vanuit Nederland naar Goa gaan, het is hier wat mij betreft zeker zo leuk twee weken toeven als in playa del carmen of puerto vallarta en sowieso leuker dan curacao (al kan je daar broodje frikandel eten). Mensen spreken hier prima Engels en het eten is heerlijk.

Annemarie de keiharde onderhandelaar heeft ons weer voor een fijne prijs een toplocatie weten in te praten, dus vannacht weer een heerlijke plek.

Gisteren hebben we trouwens bij een uiterst correcte winkelier nog even een rol WC papier gekocht want we gaan morgen weer het land van het linkerhandenveegwerk in. Hij had een klein rommelig winkeltje zoals je die hier hebt, met koekjes, tandpasta, chips, waterflessen ed en dus ook pakken pleepapier. Omdat we maar 1 rol wilden (we hebben geen zeeën van ruimte in de tassen) moest hij een pak openmaken. Ik dacht al bij mezelf, “als ik hem was, zou ik gewoon de prijs van het hele pak rekenen, er staan toch nergens prijzen op”. Maar nee, keurig wordt de prijs per rol met de rekenmachine berekend, we rekenen onze 13.75 roepie af, wat neer komt op ongeveer €0.17 en laten de vriendelijk man met een aangebroken pak WC rollen achter.


India deel I

4 januari

Om 7 uur lagen we in bed om nog een paar uurtjes slaap te pakken. Vervolgens om half elf er weer uit, laatste spullen in de tas en op de pedalen. We hadden de één na laatste trein vanaf Dordt, richting Schiphol.

Op Schiphol aangekomen weten we inmiddels de weg naar de fietsdozen en vervolgens moesten we naar hal 1a, een nieuw stuk waar we nog nooit geweest waren. Omdat het met de fietsdozen nogal een gezeul was, hebben we die vast bij de loketjes van de incheck gezet en zijn we zelf een stukje verderop gaan zitten. Dat was dus niet de bedoeling, als er “onbeheerde” pakketten staan, wordt de marechaussee ingeschakeld en de boel ontruimd, gelukkig kwamen er voordat dat het geval was stewardessen ons waarschuwen, anders hadden we een ontruiming van hal 1a op ons geweten gehad.

Na onze onhandige fietsdozenactie konden we inchecken. Dat ging soepeltjes, alleen toen we moesten afrekenen kon de Swissair-dame het zelfs niet geloven, €200,- per fiets. Omdat ze dit bedrag niet durfde te rekenen, en omdat we naast de fietsen maar 13 kilo ruimbagage hadden, ging ze weer aan de slag. Na wat overleg met collega’s en wat sjoemelwerk in de computer, kreeg ze het voor elkaar om de fietsen gratis in het vliegtuig te krijgen. €400, daar kunnen we ongeveer 250 keer voor uit eten in India......

De vlucht ging prima, eerst naar Zürich en vervolgens naar Mumbai, geen bijzonderheden. We hebben de fietsen in elkaar gezet en zijn de pis, poep en smoglucht van Mumbai ingefietst, echt een gevoel van thuiskomen al die luchten van een grote niet-Europese wereldstad. Dwars door de drukte van de stad gefietst, over hobbels en gaten in de weg, overal zwart-gele-tuktuk taxi’s en getoeter, maar we zijn heelhuids bij ons hotelletje beland, waar we heerlijk hebben geslapen


5 januari

Op zoek naar een ATM. Ik heb een paar kilometer gelopen, maar dit is niet echt het meest toeristische of chique deel van de stad. De banken die ik kon vinden hadden óf geen ATM, óf mijn pas werkte niet. Wel heb ik kunnen genieten van allerlei taferelen op straat, kleine garagetjes, schimmige winkeltjes, schoolkinderen, en natuurlijk de allesdoordringende smog soms vermengd met pis.

Uiteindelijk kon ik gewoon met euro’s betalen gelukkig. Wel tegen een aangepaste wisselkoers en terwijl ik erbij stond werd de prijs terplekke tweemaal verhoogd, maar eerlijk gezegd had ik geen zin in stampij. Daar kwam nog bij dat we ons ontbijt nog moesten krijgen en degene achter de balie onze fietsen in de gaten hield (die konden we helaas niet binnen stallen).

Uiteraard werd ons ontbijt vergeten, dus toen we na een uurtje poolshoogte gingen nemen, moesten we opnieuw bestellen en kregen we onze omelet.

Vandaag hebben we een uur of vier over de dertig kilometer naar het centrum gedaan. Bangkok en Phnom-Penh komt neer op fietsen voor beginners vergeleken met Mumbai. Chaos, overal auto’s, driewielers, stank, smog, miljoen stoplichten, je moet hier geen haast hebben.

Ons hotelletje is super. ‘s Avonds hebben we nog een rondje gelopen en zijn lekker op tijd het bed in gedoken.


6 januari

Klok rond geslapen vannacht. Vandaag gaan we de stad verkennen. Het is vandaag zondag en lekker rustig wat betreft auto’s op straat. We zijn eerst naar the Gateway of India gelopen, een soort van triomfboog die ooit gebouwd is ter ere van het bezoek van de Engelse koningin.

Omdat het zondag is, is het ontzettend druk met Indiase dagjesmensen waarvan er ook veel een tochtje met de boot gingen doen. Keurig netjes staan de honderden wachtenden in een lange rij.

Na enige tijd durfde de eerste jongeman het aan ons te vragen om met hem op de foto te gaan, en vervolgens kwamen we bijna niet meer weg, iedereen wil een selfie met die twee gekke witte mensen.

Uiteindelijk hebben we toch kunnen ontsnappen van het plein, hebben we een rondje stad gedaan en een bioscoop gepakt, Simmba, een heuse bollywoodfilm, in Hindi, maar het verhaal was zo simpel dat we het goed konden volgen.


7 januari

Vandaag onze eerste fietsdag, we beginnen gelijk met een ferry naar Mandawa, een uurtje varen. Daar hebben we tot een uur of half drie langs de kust gefietst, wisselende kwaliteit weg, maar meestal redelijk goed te fietsen. De ergste viezigheid van de stad laten we langzaam achter ons.

Uiteindelijk hebben we een kamertje in Murud. We gooien onze spullen neer en gaan naar de boot om het fort te bezoeken. Weer tussen de Indiase toeristen, weer steeds op de foto.

Omdat het tij te laag was om aan te meren bij het fort, moeten we overstappen op een klein bootje, als een stelletje bootvluchtelingen worden we in het bootje gepropt. Het fort is behoorlijk groot en we kunnen er een beetje rondkijken en genieten van het uitzicht.

‘s Avonds gaan we uit eten in een strandtentje, opnieuw heerlijk eten, alleen een beetje jammer van de muggen. Zeker met in het achterhoofd dat we in malaria gebied zitten is het niet zo prettig om kapot geprikt te worden.......


8 januari

Vandaag weer lekker vroeg op, redelijk geslapen ondanks het keiharde bed. Vandaag fietsen we langs de kust, maar omdat er om de zoveel kilometer een rivier de zee in stroomt of een inham van de kust is, hebben we wat bruggen en tweemaal een pontje moeten nemen. Voor minder dan een eurootje brengen ze je dan met twee personen en twee fietsen naar de overkant, half uur varen. De mensen zijn hier niet altijd zo van het meedenken, dat merkten we toe ik af moest rekenen bij de pont; 122 roepies. Ik geef de beste man een biljetje van 200 met daarbij 22 om het em makkelijk te maken. Vol verbazing barst hij in een half tandeloze lach uit en haalt zijn vrienden erbij om te laten zien wat ik heb gedaan. Vol bewondering kijken ze ons aan, het is hier nog makkelijk de held van de dag te zijn......

De grootste lol van het op de selfie met de plaatselijke bevolking hebben we nu wel gehad, soms worden we letterlijk van de weg af gereden om op de foto te moeten. Nu ik het toch over de weg heb, soms istie echt beroerd, vooral bij stukken steil omhoog of naar beneden (vandaag hebben we ongeveer 1100 hoogtemeters op en dus ook neer gehad) is het asfalt zo naar de galemiezen gereden dat we nauwelijks harder kunnen dan 7-8 km/uur. We hebben er vandaag 100 gehad, dus dat was van half acht tot zes op de fiets.

Op een gegeven moment zaten we er ff een beetje doorheen, moe en helemaal door elkaar gerammeld en oververhit. We stopten even om op adem te komen en als een soort van fatamorgana doemt er een ijscodriewielertje op “icecream sir?” Natuurlijk en voor die 6 eurocent per ijsje hoeven we het niet te laten.

Nu zitten we voor ons huisje, hebben zojuist heerlijk onder een koude douche gedoucht en krijgen strakjes onze gebakken vis, zin in!


9 januari

Lekker vroeg wakker en we krijgen nog koffie aangeboden als we willen gaan, een goed begin! Het eerste stuk weg was belabberd, maar al snel wordt het beter en kunnen we door naar Dapoli. Een drukke stad en we zijn er al om 9:30. We hebben honger, maar de restaurantjes zijn nog niet echt in bedrijf. Uiteindelijk belanden we in het chiqueste hotel van de stad en hebben daar een ontbijtje naar binnen gewerkt, we kunnen er weer tegen.

Het hotel deed erg westers aan, en natuurlijk kon de instrumentale piano-achtergrondmuziek in de ontbijtzaal niet ontbreken, het enige wat niet helemaal klopte was dat het allemaal kerstliederen waren, maar dat mocht de pret niet drukken. Een omelet smaakt ook prima met “O kindeke klein” en “nu zijt wellekome” op de achtergrond.

Vervolgens weer een stuk vrij goede weg naar de pont in Dabhol en daarvandaan nog maar een klein stukkie tot Guhagar. Om drie uur liggen we aan een verlaten strand met achter ons de palmbomen.

We hebben diner gereserveerd, dus om stipt 18:00 zitten we vol verwachting klaar. “Do you want something sir?”. Ehhh ja, eten. Nee, dat hebben we verkeerd begrepen, tot 18:00 kunnen we doorgeven of we mee willen eten, om 20:30 start het feestmaal.

Oei, nog ff wachten dus, maar daardoor smaakt het zo nog beter.

Onze gastheer was spraakzaam en heeft ons verteld over de gebruiken, eten, gewoontes, taal enz in deze streek.


10 januari

Weer lekker vroeg op, 7:15 op de fiets, het is buiten nog heerlijk koel. Eerst fietsen naar de boot in Tavsal en toen nog een stukkie naar vakantieplaats ganpatipule. Mooie route, af en toe opgeleukt met koeien op de weg of kleurig geklede vrouwen met van alles en nogwat op hun hoofd, bossen hout, potten en pannen en meer van dat spul.

Mensen zeggen soms vrolijk “good morning”, tijd maakt hierbij niet uit, ook smiddags om half drie is het nog morning. Kinderen roepen vaak “hello, how are you.”

We komen vroeg op de plaats van bestemming, Annemarie heeft zich getransformeerd tot bikkelharde onderhandelaar, dus we slapen voor een prikkie op een prachtige plek.